Aanhangrijtuigen 2 en 4 assig - Museumtrams

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Aanhangrijtuigen 2 en 4 assig

Stadstrams > Den Haag

Serie 101 - 120. (Interlokaal).

118.
Aanhangrijtuig 118 is als onderdeel van de subserie 111 – 120 eind 1923 bij de Firma Allan & Co te Rotterdam besteld voor een bedrag van Fl. 11.088,04 per stuk en aan de HTM geleverd op 3 juni 1924. Deze serie had een middenbalcon waarop 16 personen konden staan en eventueel 4 personen op een klapzitting konden zitten en tevens twee grote compartimenten waarin zich, per compartiment, 17 zit- en 14 staanplaatsen bevonden. De fraaie wagens kregen al snel de naam “Salonwagens”.
Op 7 juni 1924 werd de 118 in dienstgesteld op de lijn den Haag – Delft. Incidentele inzet vanuit de remise Maaldrift op de lijn den Haag – Leiden was ook mogelijk, Vanaf 1936 was de remise ’s-Gravenmade de thuishaven van dit aanhangrijtuig. Op 22 april 1943 werden alle “Salonwagens” ondergebracht in de remise Maaldrift voor inzet op de lijn den Haag – Leiden. In september 1962 werd de 118 vanuit de remise ’s-Gravenmade nog ingezet.
De laatste dienst reed de 118 op 12 september 1962.
Op 7 januari 1965 werd de 118 overgebracht naar de remise Scheveningen met de status museumrijtuig en werd door de HTM aan de NVBS geschonken.
In 1968 begon een werkgroep met het opknappen van de 118, zo kon het met motorwagen 57 een representatief stel voor de buitenlijnen uitbeelden. Op dit moment is het onderdeel van de collectie van het HOVM (Haags Openbaar Vervoer Museum)

HTM 118 op het terrein van het HOVM, © HOVM
 

Serie 301 - 307.

Naar boven

304.
Bij de start van de elektrificatie van het Haagse tramnet in 1904, bestond er bij de HTM een grote behoefte aan aanhangrijtuigen. Gelukkig kon van de Keulse paardetram een serie van zeven paardetramrijtuigen worden overgenomen. Deze werden door Werkspoor Amsterdam geschikt gemaakt voor de elektrische dienst. De wagens kwamen in augustus 1904 in dienst op lijn 9. In 1917 zijn ze verkocht aan de stoomtram Heerlen-Hoensbroek. De 304 is in 1997 ontdekt achter een boerderij in Sittard en op 22 december 1997 overgebracht naar Den Haag. De 304 is tevens het oudste in Nederland bewaard gebleven tramrijtuig.

HTM 304 wacht op restauratie, © HOVM
 

Serie 400 - 415.
De serie 400 - 415 is ontstaan uit de serie paardentram rijtuigen 200 -215 welke in 1896 door de Firma Franco-Belge aan de HTM werd geleverd.

Naar boven

402.
Aanhangrijtuig 402 is ontstaan uit het paardentramrijtuig 202. Op 23 mei 1905 kwam het als open aanhangrijtuig in dienst in de creme kleur en vernieuwde balcons. Het had na de verbouwing 26 zitplaatsen en 20 staanplaatsen.
In 1929 werd nog een lijnfilmkast aangebracht maar voor de rest heeft de 402 geen noemenswaardige wijzigingen gehad.
In de oorlogsjaren werden de rijtuigen uit de serie 400 - 415 heel veel gebruikt waardoor de rijtuigen aan het eind van de oolog totaal versleten waren. Op 17 september 1946 werd de 402 dan ook terzijde gesteld en in september 1947 verkocht voor sloop aan een sloopbedrijf in Amsterdam. Na het verwijderen van de wielen en andere spullen heeft dit sloopbedrijd een aantal rijtuigen doorverkocht, waaronder de 402, aan diverse personen.
In 1969 werd de 402 weer ontdekt en werd kenbaar gemaakt aan de eigenaar dat men het rijtuig bij afvoer graag voor museale doeleinden wilde bewaren.
Op 25 augustus 2010 werd de wagen door de eigenaar geschonken en werden plannen ontwikkeld om het rijtuig weg te halen. Op 18 december 2010 werd de wagenbak overgebracht naar den Haag en is de wagenbak opgeslagen bij de Tramweg-Stichting.

HTM 402 als tuinhuisje, 17 december 2010, © TS
 

Serie 500 - 506 en 507 - 526.

Naar boven

505.
Dit aanhangrijtuig is aan de HTM geleverd  in mei 1905 met het wagennummer 421, behorende in de serie 416 - 422.
Dat waren toen de wagennummers voor open aanhangrijtuigen.
In het voorjaar van 1907 werd de serie omgenummerd in 500 - 506 en kreeg de 421 het nummer 505.
De enige grote wijziging bij deze rijtuigen was dat de sluitlantaarn op het dak in 1928 vervangen werd door een lijncijfer filmkast waarbij het lijnnummer als wit cijfer op een rode achtergrond werd getoond.
Deze rijtuigen reden veelvuldig op de scheveningse lijnen 8 en 9.
In de oorlogsjaren bleven de rijtigen bij de HTM omdat de bezetter er geen heil in zag om open aanhangrijtuigen te vorderen. De HTM besloot om een aantal rijtuigen aan de zijkanten met zeildoeken af te schermen zodat deze ook in de winterperiode konden worden gebruikt.
De 505 kwam in de remise Lijsterbesstraat terecht voor de diensten op lijn 5 (Appelstraat - Prinsessegracht) en lijn 20 (Meer en Bosch - Riviervischmarkt).
De laatste keer dat de 505 werd ingezet in de dienst was op 9 augustus 1956, daarna werd het terzijde gezet in de remise Scheveningen. Uiteindelijk zou sloop volgen maar omdat de beoogde museumwagen 500 al per ongeluk naar de sloper gedirigeerd was werd de 505 nu aangewezen voor de rol van Museumobject.
Op 7 februari 1964 werd de 505 door motorrijtuig 805 ( die later geamputeerd van zijn electrische installatie als 905 door het leven zou gaan) naar de remise Lijsterbesstraat overgebracht.
Daar werd de 505 gereviseerd en kon zo bij het eeuwfeest van de tram in Den Haag acte de presence geven in het museumtramstel 265-505-614.
De 505 is daarna opgenomen in de museumcollectie van de HTM en ondergebracht in de collectie van het HOVM.

HTM 505 op het terrein van het HOVM, © HOVM
 

Serie 600 - 629.
In 1911 bestelde de HTM bij de Firma Allan & Co een bestelling van 20 aanhangrijtuigen. Al vrij spoedig gevolgd door een nabestelling van nog eens 10 stuks bij de Firma Van der Zypen & Charlier te Köln-Deutz.
Zij stonden op éénassige draaistellen waardoor een grotere afstannd tussen de wielassen mogelijk was, wat weer een rustiger gang tijdens de rit opleverde.
Door hun aparte hoge vorm werden ze al gauw door de Haagse trambelangstellenden “Koektrommels” genoemd.
De aanhangrijtuigen werden zonder deuren op de balcons afgeleverd en met een groot rond sluitlicht in het balconscherm. Vanaf 1927 werden bruin gelakte balcondeuren aangebracht, verviel het grote ronde sluiticht en werd op het dat een lijncijferkast geplaatst. In die lijncijferbak werd een wit lijnnummer op een rode achtergrond getoond, des avonds verlicht zodat dit tevens sluitlicht was.
In 1958 is de gehel serie, met uitzondering van de 614, gesloopt.

614.
Dit aanhangrijtuig is in oktober 1912 geleverd aan de HTM  en in dezelfde maand nog in dienst gesteld. Zonder verdere problemen heeft het aanhangrijtuig in den Haag gereden en heeft zijn laatste ritten gereden in maart 1959. Daarna is het terzijde gezet om tesamen met ander materieel een rol te gaan spelen in de viering van 100 jaar electrische tram in 1964
In juni 1964 heeft het aanhangrijtuig dan ook na een restauratie de status van museumrijtuig gekregen en maakt sindsdien deel uit van de collectie van de HTM en is ondergebracht bij het HOVM.

HTM 614 op het terrein van het HOVM, © HOVM
 

Serie 751 - 780.
Deze serie aanhangrijtuigen werd in twee gedeelten besteld door de Haagsche Tramweg Maatschappij besteld bij de firma la Brugeoise in Brugge (België).
15 aanhangrijtuigen met de nummers 751 - 765 werden in het voorjaar van 1928 besteld.
15 aanhangrijtuigen met de nummers 766 - 780 werden in het voorjaar van 1929 besteld


De aanhangrijtuigen kwamen
qua uiterlijk sterk overeen met de motorrijtuigen 800 en aanhangrijtuigen 900, maar zijn één raamlengte langer en waren geplaatst op 2 twee-assige draaistellen. De aanhangrijtuigen beschikten over comfortabele en rustige loopeigenschappen. Voor de ventilatie waren "klapraampjes" boven de grote ramen aanwezig en "torpedo" of"rotor"ventilatoren op het dak. In de zomer konden de grote ramen nog voor een gedeelte omlaag gebracht worden.

Doordat ze beschikten over met zwart kunstleer beklede banken welke in de rijrichting omgeklapt konden worden en een lage instap waren ze voor een groot deel van het publiek geliefd. Sommige passagiers vonden het jammer dat deze fraaie rijtuigen maar één ingang per balcon hadden waardoor een langere haltetijd ontstond doordat de instappers moesten wachten
totdat alle uitstappende passagiers uitgestapt waren. De deelserie 751 -770 was van begin af aan al aangepast voor de dienst op de buitenlijnen van de HTM.

756.

Het aanhangrijtuig 756 maakte deel uit van de deelserie 751-765. Zij werden in 1929 geleverd door La Brugeoise als onderdeel van de serie 751 - 780. In principe was het een vergrote versie van de aanhangrijtuigen serie 901-920. Door hun grotere lengte konden geen één-assige draaistellen meer toegepast worden maar stond het rijtuig op twee-assige draaistellen. Zij boden plaats aan 29 zittende en 51 staande passagiers.
Op 28 maart 1929 werd het aanhangrijtuig 756 in den Haag afgeleverd en kwam op 29 maart 1929 in dienst. Bij aflevering was
het aanhangrijtuig crèmekleurig geschilderd met rode biezen, bruin onderstel en bruine deuren. Op 30 juni 1948 kwam het aanhangrijtuig na een schilderbeurt op straat met crème geschilderde deuren.
Vanaf de levering was het aanhangrijtuig 756 voorzien van een "enkel luchtsysteem", dus over een éénleiding pneumatisch
remsysteem voor de dienst op de buitenlijnen. Vanzelfsprekend was het aanhangrijtuig ook voorzien van een solenoide rem voor de stadsdienst.
Na een revisie verscheen het aanhangrijtuig op 30 augustus 1951 op straat zonder pneumatisch remsysteem en heeft vanaf toen dus alleen maar dienst gedaan op het stadsnet tot 6 december 1963 toen het zijn laatste dienst reed.
Sloop zat er voor dit aanhangrijtuig nog niet in want het aanhangrijtuig ging de centrale werkplaats in en werd omgeschilderd
en verbouwd tot VVV kantoor. Als zodanig werd het op 15 april 1966 in Kijkduin geplaatst, verhuisde op 5 mei 1969 naar de camping Ockenburg en kwam op 14 september op een voor het aanhangrijtuig bekende plaats te staan, onder de kap van station
Hollands Spoor, waar het vele jaren stond op lijn 11.
Op 13 juli 1975 keerde het terug naar de HTM waar het in oude luister werd hersteld en op 27 september 1978 vertrok naar het
Spoorwegmuseum in Utrecht.
Daar vandaan keerde het op 27 september samen met motorrijtuig 830 terug in den Haag en werd geschikt gemaakt voor dienst op de Floriade tentoonstelling in Zoetermeer van 10 april 1992 tot en met 10 oktober 1992.
Daarna is het aanhangrijtuig opgenomen in het historisch bestand van de HTM en in de collectie van het HOVM als Partytram.
In maart 2001 is het aanhangrijtuig 756 samen met motorrijtuig 830 overgebracht naar Rotterdam.
Bij de tramoptocht door Amsterdam ter gelegenheid van het 75 jarig jubileum van de Nederlandse Vereniging van
Belangstellenden in Het Spoor- en Tramwegwezen (NVBS) werd het stel 830-756 naar Amsterdam overgebracht om daar acte de
présence te geven.Aansluitend aan deze manifestatie is het aanhangrijtuig 756 samen met de motorwagen 830 overgebracht naar het Trammuseum in Wehmingen bij Hannover.
Het motor- en aanhangrijtuig zijn daar sinds 24 juni 2006 in rijvaardige staat en doen geregeld dienst.

HTM 756 in Wehmingen (D) in 2011, © Onbekend
 

Naar boven

769.
Het aanhangrijtuig 769 maakte deel uit van de deelserie 766-780 met Flettner ventilatoren op het dak. Zij werden in 1929 geleverd door La Brugeoise als onderdeel van de serie 751 - 780.
In principe was het een vergrote versie van de aanhangrijtuigen serie 901-920. Door hun grotere lengte konden geen één-assige draaistellen meer toegepast worden maar stond het rijtuig op twee-assige draaistellen. Zij boden plaats aan 29 zittende en 51 staande passagiers.
Op 17 december 1929 werd het aanhangrijtuig 769 in den Haag afgeleverd en kwam op 19 december 1929 in dienst. Bij aflevering was het aanhangrijtuig crèmekleurig geschilderd met rode biezen, bruin onderstel en bruine deuren. Op 4 augustus 1949 kwam het aanhangrijtuig na een schilderbeurt op straat met crème geschilderde deuren.
Vanaf de levering was het aanhangrijtuig 769 voorzien van een "enkel luchtsysteem", dus over een éénleiding pneumatisch remsysteem voor de dienst op de buitenlijnen. Vanzelfsprekend was het aanhangrijtuig ook voorzien van een solenoide rem voor de stadsdienst.
Na een revisie verscheen het aanhangrijtuig op 4 augustus 1949 op straat zonder pneumatisch remsysteem en heeft vanaf toen dus alleen maar dienst gedaan op het stadsnet tot het in de nacht van
30 op 31 oktober 1965 achter motorwagen 814 de allerlaatste dienst van dit type aanhangrijtuig reed.
Sloop zat er voor dit aanhangrijtuig nog niet en het werd op vrijdag 6 januari 1967 door motorwagen 803 overgebracht naar
de centrale werkplaaats om in de afleveringstoestand teruggebracht te worden en zo samen met motorwagen 810 een representant te vormen voor een sneltramlijn stel van lijn 11 bij het 50 jarig jubileum van die lijn.
Op 16 juni 1967 kreeg het aanhangrijtuig een museale status en werd het opgenomen in de museumcollectie van de HTM.
Momenteel maakt het aanhangrijtuig deel uit van de collectie van het HOVM.

HTM 769 op het terrein van het HOVM, © HOVM
 

779.
De 779 werd aan de HTM geleverd op 28 november 1929 en op 30 november 1929 in dienst gesteld
I
n 1948 werd de 779 omgebouwd met een twee leidingrem en een optische signaalinrichting om dienst te kunnen doen achter de toen nieuwe motorrijtuigen serie 201 - 216. Op 18 september 1948 verscheen de 779 na beproeving in de dienst. Zonder noemenswaardige problemen en ongevallen  reed de 779 op 30 oktober 1965 voor het laatst en werd terzijde gezet.

De 779 werd in januari
1970 door de Tramweg Stichting gekocht en 29 januari 1970 overgebracht naar Hoorn.
Zonder daar dienst gedaan te hebben vertrok de 779 o
p 31 oktober 1981 naar de Electrische Museumtramlijn Amsterdam. Daar is verder niets gedaan met de 779 en uiteindelijk is de 779 naar Rotterdam overgebracht.

Het aanhangrijtuig is thans eigendom van de Stichting de Wassenaarse Tram en is vanuit
Rotterdam op 22 juni 2012 weer teruggekeerd in Amsterdam waar een werkgroep de restauratie ter had nam. Men hoopt het aanhangrijruig medio 2014 weer gereed te hebben voor de dienst.

Op 23 februari 2014 is achter de 816 een proefrit gehouden op de lijn van de EMA.  Na verdere afwerking  zal de wagen dan tijdelijk verplaatst worden naar den Haag voor dienst achter de 58. Op 18 maart 2014 zijn ook weer dakreclameborden aangebracht wat een optisch mooi resultaat oplevert. De verdere afwerking vindt plaats in den Haag bij de TS werkgroep Scheveningen waarvoor de wagen op 25 juni 2014 werd overgebracht naar Scheveningen.

Inmiddels is de restauratie voltoo
id en na een geslaagde proefrit op 27 oktober 2014 achter buitenlijnmotorwagen 58 is de 779 op 1 november 2014 weer toegelaten op het Haagse tramnet.

HTM 779 in de werkplaats van Stichting Tramwerk, © Onbeken
 

Naar boven

780.
Het aanhangrijtuig 780 maakte deel uit van de deelserie 766-780 met Flettner ventilatoren op het dak. Zij werden in 1929 geleverd door La Brugeoise als onderdeel van de serie 751 - 780.
In principe was het een vergrote versie van de aanhangrijtuigen serie 901-920. Door hun grotere lengte konden geen één-assige draaistellen meer toegepast worden maar stond het rijtuig op twee-assige draaistellen. Zij boden plaats aan 29 zittende en 51 staande passagiers.

Op 28 november 1929 werd de 780 in Den Haag afgeleverd en kwam op 30 november 1929 in dienst. Bij aflevering was het aanhangrijtuig crèmekleurig geschilderd met rode biezen, bruin onderstel en bruine deuren en alleen maar voorzien van een solenoide remsysteem voor de stadsdienst.

Op 5 januari 1949 kwam het aanhangrijtuig na een revisiebeurt op straat met crème geschilderde deuren en met een "dubbel lucht" pneumatisch remsysteem om dienst te kunnen doen achter de nieuwe motorrijtuigen van de serie 201-216 en heeft daar mee dienst gedaan op het stadsnet tot 29 oktober 1965 toen het zijn laatste dienst reed.

De 780 werd in februari 1967 door de Tramweg Stichting gekocht en op 30 januari 1970 overgebracht naar Hoorn waar het op de stoomtramlijn Hoorn-Medemblik werd gebruikt. Nadat het rijtuig daar overbodig werd is het op 31 oktober 1981 overgebracht naar de Electrische Museumtramlijn Amsterdam.

Op 15 oktober 1989 keerde het aanhangrijtuig terug in Den Haag en werd na een restauratie toegevoegd in de staat van de jaren '50 aan de collectie van het Haags Openbaar Vervoer Museum.

HTM 780 bij het HOVM,© HOVM
 

Serie 901 - 920.

Naar boven

905. (replica)
De 905 is een replica gebouwd uit het motorrijtuig 805 wat een vrijwel identieke wagenbak had.
De originele 905 werd afgeleverd in Den Haag op 20 juli 1927 en op 21 juli 1927 in dienst gesteld. De 905 deed ook dienst op de "buitenlijnen" van het HTM net tot 1 juli 1936. Daarna bleven er alleen nog stadsdiensten over en werden de luchtreminstallatie en de andere specifieke "buitenlijn" attributen verwijderd.
De 905 reed zonder noemenswaardige problemen zijn diensten tot 7 maart 1963 toen het terzijde gesteld werd.
Op 28 juni 1963 volgde sloop op de remise 's-Gravenmade samen met de andere rijtuigen uit de serie.

Rond 1980 was het historisch besef op tramgebied zodanig dat men het jammer vond dat er geen exemplaar van deze markante serie bewaartd was geleven. Het plan werd opgevat om een replica te maken uit een af te voeren motorrijtuig serie 801 - 815, die qua wagenbak identiek was aan de 900 serie.
De keuze viel hierbij op het motorrijtuig 805. De 805 was afgeleverd op 9 juli 1927 en op 15 juli 1927 in dienst gesteld.
Nadat de 805 op 10 januari 1967 voor het laatst gereden had werd dit motorrijtuig nog gebruikt als klusjeswagen en als trekkracht voor de slijpaanhangwagen. Op 10 april 1981 kreeg het de museumstatus en kon een werkgroep beginnen aan de ombouw.
Eénassige draaistellen waren niet meer aanwezig zodat die nieuw gebouwd moesten worden.
Uiteindelijk werd de 905 op 19 mei 1989 gereed gemeld en opgenomen in het bestand van het HOVM.

HTM 905 op het terrein van het HOVM, © HOVM
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu