Aanhangrijtuigen 4 assig - Museumtrams

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Aanhangrijtuigen 4 assig

Stadstrams > Rotterdam

Aanhangrijtuigen 1001 - 1020.
Er zijn meerdere materieeleenheden geweest onder deze nummers;
De eerste serie aanhangrijtuigen1001 - 1020 is onder te verdelen in twee subseries:
D
e 1001 - 1005 gebouwd door Allan,
D
e 1006 - 1020 gebouwd door Beijnes
Deze aanhangrijtuigen
werden in 1929 besteld, zij hadden een lengte van 11,9 meter, wogen 13.000 kilo en hadden 32 zit- en 30 staanplaatsen.
Op moment van bestellen was het
al met de bedoeling om ze om te bouwen tot motorrijtuigen. Maar op dat moment was er grote behoefte aan vervoerscapaciteit. Om deze redenen was de bakopbouw identiek aan de in aflevering zijnde serie 401 - 450.
I
n 1931 werd deze ombouw uitgevoerd en werden ze 451 -470 genummerd.
T
egelijkertijd werd aan het eind van dat jaar een nieuwe serie aanhangrijtuigen 1001 - 1020 door de Firma Allan & Co afgeleverd die aan elke kant ca. 10 centimeter langer waren en zonder de deuren bij de kopeinden. Deze rijtuigen waren bijna identiek aan de eerste serie, alleen de lengte was 12,1 meter.
Deze serie werd in 1965 gesloopt, alleen de 1016 werd na een schade door een aanrijding in 1962 al gesloopt.
De aanhangrijtuigen met nummers uit deze serie bij de Tramwegstichting en Stichting ROMEO zijn replica's die uit de grote serie motorwagens zijn omgebouwd.

Naar boven.

1001.(replica)
Dit aanhangrijtuig is het derde rijtuig wat dit nummer draagt.
Het eerste aanhangrijtuig 1001 werd in oktober 1929 door Allan aan de RET geleverd.
Dit aanhangrijtuig werd in 1931 verbouwd als motorwagen 451.
Het tweede aanhangrijtuig 1001 werd op 13 november 1931 door Allan aan de RET geleverd.
In de oorlog werd het aanhangrijtuig op 30 januari 1945 naar Bremen in Duitsland weggevoerd en heeft daar tot 24 juni 1946 verbleven. Op 25 september 1946 kwam het bij de RET weer in dienst. Uiteindelijk is dit rijtuig op 21 juni 1965 afgevoerd.
Het derde aanhangrijtuig met het nummer 1001 is een replica, ontstaan door verbouwing van door de Firma Allan & Co gebouwde motorwagen 499.
Deze wagen is op 6 juni 1931 aan de RET geleverd en heeft tot september 1968 dienst gedaan. Hierna werden op de kopeinden schrikstrepen aangebracht en deed het dienst als zoutwagentrekker.
In januari 1970 werd de 499 vernummerd naar 2503 en paste zo in de werkwagenreeks van de RET. De wagen was gestationeerd in de remise Delfshaven. In 1978 was zijn taak over en ging de 2503 buiten dienst. Na een venummering naar 2604 begin 1980 wachtte de wagen op zijn verdere lot.
In 2001 werd de 2604 afgevoerd en werd overgedragen aan de Stichting ROMEO. Dir begon in 2003 met het ombouwen van de wagen naar replica van de 1001 uit de tweede serie.
Sindsdien is de 1001 zo bij de stichting ROMEO ondergebracht.

RET aanhangrijtuig 1001 weer even op straat, 18-09-2005, © Ernst Kers
 

Naar boven.

1008.(replica)
Dit aanhangrijtuig is het derde rijtuig wat dit nummer draagt.
Het eerste aanhangrijtuig 1008
werd op 12 maart 1931 door Werkspoor aan de RET geleverd.
Dit aanhangrijtuig werd in 1931 verbouwd als motorwagen 458
.
Het tweede aanhangrijtuig 1008
werd in januari 1932 door Allan aan de RET geleverd.
Uiteindelijk is dit rijtuig op 3
1 augustus 1965 afgevoerd.
Het derde aanhangrijtuig met het nummer 1008
is een replica, ontstaan door verbouwing van door de Firma Werkspoor gebouwde motorwagen 545.
Deze wagen is op 27 april
1931 aan de RET geleverd en heeft tot september 1968 dienst gedaan.  
In januari 1970 werd de 513
vernummerd naar 2519 en paste zo in de werkwagenreeks van de RET. Hierna werden op de kopeinden schrikstrepen aangebracht en deed het dienst als zoutwagentrekker. De wagen was gestationeerd in de remise Delfshaven.
In 1975
was zijn taak over en ging de 2519 buiten dienst en werd in 1980 overgedragen aan de Tramweg-Stichting. Die begon met het ombouwen van de wagen naar replica van de 1008 uit de eerste serie.
Eigenlijk is de wagenbak voor deze uitvoering met kopdeuren 20 centimeter te lang maar visueel valt het niet op.

Sindsdien is de 1008
zo bij de Tramweg-Stichting ondergebracht.

 
 

Naar boven.

1020.(replica)
Dit aanhangrijtuig is het derde rijtuig wat dit nummer draagt.
Het eerste aanhangrijtuig 1020
werd op 12 maart 1931 door Werkspoor aan de RET geleverd.
Dit aanhangrijtuig werd in 1931 verbouwd als motorwagen 470
.
Het tweede aanhangrijtuig 1020
werd op 9 januari 1932 door Allan aan de RET geleverd.
Uiteindelijk is dit rijtuig op 30
augustus 1965 afgevoerd.
Het derde aanhangrijtuig met het nummer 1020
is een replica, ontstaan door verbouwing van door de Firma Werkspoor gebouwde motorwagen 513.
Deze wagen is op 12 maart 1931 aan de RET geleverd en heeft tot september 1968 dienst gedaan.  
In januari 1970 werd de 513 vernummerd naar 2516 en paste zo in de werkwagenreeks van de RET. In december 1972 werden op de kopeinden schrikstrepen aangebracht.
In 1975 was zijn taak over en ging de 2516 buiten dienst. Na een ver
nummering naar 2601 deed de wagen nog allerlei klussen voor de RET.
In 1999 werd de 2601 afgevoerd en werd in 2002 overgedragen aan de Stichting ROMEO. Die begon in 2004 met het ombouwen van de wagen naar replica van de 1020 uit de tweede serie.
Sindsdien is de 1020 zo bij de stichting ROMEO ondergebracht.


 
 

Aanhangrijtuigen serie 1021-1050.
Deze serie aanhangrijtuigen is de laatste serie aanhangrijtuigen die door de RET is besteld.
De wagens vertoonde grote gelijkenis met de met de proto motorwagens 571 en 572 (de latere 100 en 101). De eerste twee aanhangrijtuigen werden in 1948 geleverd, geijktijdig met de 571 en 572, om ervaring mee op te doen als nieuw tramstel.
De rijtuigen 1023 – 1056 volgden in 1949 en 1950.
De rijtuigen 1021-1031 werden nog afgeleverd zonder sluitlichten, vanaf de 1032 werden deze sluitlichten bij de bouw al meegenomen.

Naar boven.

1024.
De 1024 werd aan de RET afgeleverd op 22 juni 1949 en op 27 juni 1949 in dienst gesteld.
In juli 1951 werd op de 1024
een rood sluitlicht aangebracht op de kopwanden ter verbetering van de zichtbaarheid bij duisternis.
In oktober 1982 werd de 1024 buiten dienst gesteld en op 4 november 1983 afgevoerd uit het materieelbestand.
Aansluitend werd het aanhangrijtuig overgebracht naar de EMA waar het geheel gedemonteerd werd ten behoeve van reserve onderdelen. Het casco werd in 1987 in Amsterdam afgevoerd.

 
 

Naar boven.

1033.
De 1033 werd aan de RET afgeleverd op 9 september 1949 en op 12 september 1949 in dienst gesteld.
In juli 1983 werd de 1033 buiten dienst gesteld en op 12 augustus 1983 afgevoerd uit het materieelbestand.
Aansluitend is de 1033 overgebracht naar de West-Yorkshire Transport Museum Society.
Na het faillisement is de 1033 niet teruggekeerd naar Rotterdam.
Wat het lot is van de 1033 is op dit moment niet bekend.

 
 

Naar boven.

1040.
De 1040 werd aan de RET afgeleverd op 19 oktober 1949 en op 21 oktober 1949 in dienst gesteld.
In juli 1983 werd de 1040 buiten dienst gesteld en op 21 oktober 1983 afgevoerd uit het materieelbestand.
In 1988 en 1989 deed de 1040, groen geschilderd met rode biezen, dienst in een toeristsche stoomtramdienst achter stoomtramloc 8.
Aansluitend werd het aanhangrijtuig overgebracht naar de Amsterdams Openbaar Vervoer Museum.
Na het faillisement van het AOM in 2010 keerde de 1040 terug in Rotterdam en behoort nu tot de museale collectie van de Stichting ROMEO.

 
 

Naar boven.

1042.
De 1042 werd aan de RET afgeleverd op 4 november 1949 en op 5 november 1949 in dienst gesteld.
In juli 1983 werd de 1042
buiten dienst gesteld en in augustus 1983 overgedragen aan de Tramweg Stichting.
De 1042 behoort nu tot de museale collectie van de Stichting ROMEO.

 
 

Naar boven.

1050.
De 1050 werd aan de RET afgeleverd op 30 december 1949 en op 31 december 1949 in dienst gesteld.
In augustus
1983 werd de 1050 overgebracht naar de EMA en is daarvandaan in december 1995 overgebracht naar het Nederlands Openlucht Museum in Arnhem om daar op de museumtramlijn dienst te kunnen doen.
Ten behoeve van rolstoelgebruikers is een afdeling van de 1050 aangepast.

 
 
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu