LTM - Museumtrams

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

LTM

Interlokale tram

Serie 2601 - 2610 (601 - 610).
Deze motorrijtuigen werden gebouwd door:
2601 - 2605 Linke Hofmann, Linke Hofmann Werke, Cöln-Ehrenfeld
2606 – 2610 Beijnes
De 2601 werd bij de LTM toegelaten op het net op 29 juli 1924 en de 2610 uiteindelijk op 17 november 1931.
In oktober 1936 werden de 2601 - 2610 administratief vernummerd in 601 - 610.

In 1949 bood de LTM een deel van haar materieel aan. Na de definitieve stillegging van het trambedrijf op 14 mei 1950 was alle materieel beschikbaar voor verkoop
De HTM kocht op 7 maart 1950 voor een bedrag van Fl. 270.726,87 de 10 vierassige motorrijtuigen en de 20 vierassige aanhangrijtuiigen. De verbouwing door Werkspoor kostte nog eens Fl. 706.594,10, zodat de totale uitbreiding van het materieelpark met 10 motor- en 20 bijwagens voor de buitenlijnen een kleine miljoen gulden kostte.
10 van de bijwagens werden verbouwd om dienst te kunnen doen met de bestaande buitenlijn motorwagens.
Vanaf 2 maart 1951 werden de eerste ‘Limburgers’, zoals het van de LTM overgenomen materieel in Den Haag zou gaan heten, in dienst gesteld op het traject Den Haag - Wassenaar en vanaf 20 juli van dat jaar ook op de lijn Den Haag - Voorburg.
Bij de HTM werden de wagens in volgorde genummerd in de serie 81 - 90.

2610.
Deze motorwagen werd gebouwd door de Firma Beijnes te Haarlem.
De
2610 verscheen op 17 november 1931 op het normaalsporige electrische tramnet van de LTM.
In oktober 1936 werd de
2610 administratief vernummerd in 610.

In 1949 bood de LTM een deel van haar materieel aan. Na de definitieve stillegging van het trambedrijf op 14 mei 1950 was alle materieel beschikbaar voor verkoop
De HTM kocht op 7 maart 1950 voor een bedrag van Fl. 270.726,87 de 10 vierassige motorrijtuigen en de 20 vierassige aanhangrijtuiigen. De verbouwing door Werkspoor kostte nog eens Fl. 706.594,10, zodat de totale uitbreiding van het materieelpark met 10 motor- en 20 bijwagens voor de buitenlijnen een kleine miljoen gulden kostte.
10 van de bijwagens werden verbouwd om dienst te kunnen doen met de bestaande buitenlijn motorwagens.
Vanaf 2 maart 1951 werden de eerste ‘Limburgers’, zoals het van de LTM overgenomen materieel in Den Haag zou gaan heten, in dienst gesteld op het traject Den Haag - Wassenaar en vanaf 20 juli van dat jaar ook op de lijn Den Haag - Voorburg.
Bij de HTM werden de wagens in volgorde genummerd in de serie 81 - 90.
Door de invoering van nieuwe trams raakten de motorwagens van de serie 81 - 90 na 20 oktober 1963 overtollig en werden in december 1964 naast de remise in Rijswijk gesloopt.
90.
De 610
ging op 14 mei 1950 bij de LTM buitendienst en werd eind oktober 1950 overgebracht naar Werkspoor voor modernisering en aanpassing aan de HTM normen.
Op 5 mei 1951 werd het motorrijtuig bij de HTM afgeleverd en kwam op 22 juli 1951 op lijn Den Haag – Voorburg onder nummer 90
in dienst. Op 19 oktober 1963 reed het zijn laatste rit bij de HTM in de reizigersdienst.

Na de omschakeling van de lijn den Haag – Voorburg op moderner materieel werd de 90
per 13 november 1964 gebruikt als rangeermotorwagen.
Na de stopzetting van de tramdienst op de lijn Den Haag – Delft in de avond van 8 januari 1965 was de 90 het laatste motorrijtuig wat nog op 1200 Volt gereden heeft bij de HTM.
Het vertrok als laatste van de remise ’s-Gravenmade met bestuurders die de PCC rijtuigen moesten gaan halen en naar de remise ’s-Gravenmade brengen. Nadat de 90 de stroomscheiding 1200-600 Volt gepasseerd was werd de lijn den Haag – Delft naar 600 Volt omgeschakeld.
Het motorrijtuig 90 (ex-LTM 610) werd niet gesloopt, maar keerde op 9 november 1965 rijvaardig terug in Heerlen.
Daar werd de tram opgesteld op het voormalige remise-terrein van de LTM aan de Grasbroekerweg. Aan de buitenzijde werd de wagen geschilderd in de groencrème kleurcombinatie van de LTM, terwijl uit de wagen de bruine kunstleren ‘Haagsche’ banken werden verwijderd.
Op 29 september 1973 werd de 610 geschonken aan de Tramweg-Stichting in Amsterdam. Inzet op de museumtramlijn is er nooit van gekomen en op 25 april 1975 arriveerde hij dan toch in het Spoorwegmuseum. In 1986 is het interieur weer aangebracht in de staat, zoals die bij de LTM is geweest, dus met houten banken.

Na de verbouwing van het Spoorwegmuseum was er geen plaats meer voor de 610
en op woensdag 23 november 2005 kwam de 610 per dieplader terug in Limburg en vond onderdak bij de Zuid-Limburgse Stoomtrein Maatschappij.

De LTM
610 is op 19-11-2010 overgebracht naar de Tramwegstichting. Hier werd ze teruggebracht in de staat die ze destijds heeft gehad bij de HTM, dit alles is voor het buitenlijn feest van de Tramwegstichting dat in september 2011 werd gehouden bij het Haags Openbaar Vervoer Museum ( HOVM ) in Den Haag.
Het motorrijtuig is eind 2015 nog steeds in den Haag bij de Tramweg-Stichting aanwezig.

LTM trams op hetEmmaplein in Heerlen, ca 192, © Onbekend
 

Postbagagewagens 2801 - 2804.

Na de stopzetting van de tramexploitatie bij de LTM werd alle materieel ter verkoop aangeboden.

2803.

In 1923 werden door de Hannoversche Waggon  Fabrik (HAWA) aan de Limburgsche Tramweg Maatschappij (LTM) 4 Post/Bagagewagens geleverd met de nummers 2801 - 2804.
De Postbagagewagens kosten in die tijd Fl. 2300,00 per stuk.
In 1936 werd de serie officieel vernummerd in 801 - 804 maar de wagennummers op het materieel zijn nooit veranderd.
In de bezettingsjaren werden door de bezetter de 2803 en 2804 aangewezen voor "verkoop" naar Duitsland.
Door de LTM werden in razendsnel tempo de (slechtere) wagens  (2)801 en (2)802 vernummerd. De (2)801 werd (2)804 en de (2)802 werd (2)803.  

Deze (2)803 is in 1943 in Duisburg terechtgekomen en heeft daar onder nummer 377 dienst gedaan.
Na buitendienst stelling is de 377 in 1979 bij het Hannoversch Strassenbahn Museum terecht gekomen.
De TS heeft de 377 verworven en op 23 juni 2016 is de 377 overgebracht van Wehmingen naar het TS depot in Nagele in afwachting van verdere restauratie.

LTM 2803 arriveert in TS depot Nagele, 17 juni 2016, © Richard Carels
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu