Motorrijtuigen 2 assig - Museumtrams

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Motorrijtuigen 2 assig

Stadstrams > Den Haag

Serie 1-20.

2.
Dit motorrijtuig zoals het soms te zien is in den Haag is het oorspronkelijke motorrijtuig 72 van de Gemeente Tram Amsterdam en was volledig identiek aan de Haagse serie 1-20.
Een volledige beschrijving van dit motorrijtuig vind U onder Amsterdam terug. (nog in behandeling)

HTM 2, kerkplein, Koningsdag 2014, © Frank Faber
 

Naar boven.

Serie 21 - 101.
Deze serie is onstaan door verbouwing van 80 motorwagens uit de serie 21 - 150.
Door de HTM is in eerste instantie één motorrijtuig ( 22 ) zelf verbouwd waarna de verdere ombouw van de motorrijtuigen aan diverse fabrikanten werd gegund.

36.
Dit motorrijtuig is ontstaan na verbouwing van motorwagen 45.
Motorwagen 45 kwam in mei 1905 aan in Den Haag en werd in juni 1905 in dienst gesteld.
In augustus 1929 ging motorrijtuig 45 buiten dienst en naar de Firma la Brugeoise gebracht voor ombouw. Onder andere werden de balkons volledig vernieuwd, een pantograaf aangebracht en een compleet nieuw gebouwd onderstel geplaatst. Verbouwingskosten waren ca. Fl 18.000,- per motorrijtuig.
In mei 1930 kwam het motorrijtuig, nu met het nummer 36, terug in Den Haag en werd weer in dienst gesteld. Bij de indienststelling had het motorrijtuig nog rode biezen, rode wagennummers en een bruin onderstel.
Bij een volgende schilderbeurt werd deze uitvoering vervangen door de bekende crème-groengrijze uitvoering.
Op 2 mei 1942 had het motorrijtuig 36 een aanrijding met een melkauto op de laan van Meerdervoort waarbij het betreffende balkon behoorlijk beschadigd werd.
Na herstel hiervan kwam het motorrijtuig op 31 juli 1942 weer in dienst waarbij gelijk een wijziging aan de stijlen van hoekruiten was toegepast. Toen in 1960 de laatste motorrijtuigen van deze serie buiten dienst gingen en werden gesloopt bleef de 36 merkwaardig genoeg in een hoekje van de remise Lijsterbesstraat staan.
Uiteindelijk bleek dit motorrijtuig toch niet gemist te kunnen worden want in de strenge winter van 1962/1963 had men de 36 toch nog nodig. Op 5 januari 1963 verscheen het in de dienst op lijn 12, daarna werden nog 4 dagen dienst gedaan op lijn 2 en lijn 5.
Op 14 februari 1963 ging het rijtuig dan echt officieel uit de personen dienst en gebruikte de Centrale Werkplaats het motorrijtuig tot 1978 nog als rangeermotorwagen.
In de zomer van 1978 werd gestart met de restauratie van dit motorrijtuig en kwam het in juni 1979 weer gerestaureerd op straat. In augustus 1979 kreeg de 36 officieel de status van museumtram. De 36 is toegevoegd aan de collectie van het Haags Openbaar Vervoer Museum. Na herstel hiervan kwam het motorrijtuig op 31 juli 1942 weer in dienst waarbij gelijk een wijziging aan de stijlen van hoekruiten was toegepast. Toen in 1960 de laatste motorrijtuigen van deze serie buiten dienst gingen en werden gesloopt bleef de 36 merkwaardig genoeg in een hoekje van de remise Lijsterbesstraat staan.
Uiteindelijk bleek dit motorrijtuig toch niet gemist te kunnen worden want in de strenge winter van 1962/1963 had men de 36 toch nog nodig. Op 5 januari 1963 verscheen het in de dienst op lijn 12, daarna werden nog 4 dagen dienst gedaan op lijn 2 en lijn 5.
Op 14 februari 1963 ging het rijtuig dan echt officieel uit de personen dienst en gebruikte de Centrale Werkplaats het motorrijtuig tot 1978 nog als rangeermotorwagen.
In de zomer van 1978 werd gestart met de restauratie van dit motorrijtuig en kwam het in juni 1979 weer gerestaureerd op straat. In augustus 1979 kreeg de 36 officieel de status van museumtram. De 36 is toegevoegd aan de collectie van het Haags Openbaar Vervoer Museum
.

HTM 36 op het buitenhof, © HOVM
 

Naar boven.

77.
Dit motorrijtuig is ontstaan na verbouwing van motorwagen 34.
Motorwagen 34 kwam op 17 april 1905 aan in den Haag en werd in juni 1905 in dienst gesteld.
In maart 1930 werd het motorrijtuig vernummerd in 81 en ging in oktober 1930 buiten dienst naar de Firma HAWA gebracht voor ombouw. Onder andere werden de balkons volledig vernieuwd, een pantograaf aangebracht en een compleet nieuw gebouwd onderstel geplaatst. Verbouwingskosten waren ca. Fl 18.000,- per motorrijtuig.
Op 3 april 1931 kwam het motorrijtuig, nu met het nummer 77, terug in den Haag en werd weer in dienst gesteld.
Bij de indienststelling had het motorrijtuig al de bekende crème-groengrijze uitvoering. In mei 1931 werd het motorrijtuig als éénmanwagen ingezet op de daarvoor bestemde lijnen. De laatste rit als éénmanwegen vondt plaats in oktober 1940. na deze periode ging het motorrijtuig als tweemanwagen weer in dienst.
Op 15 september 1951 kwam het motorrijtuig na een revisie en schilderbeurt weer op straat met gewijzigde stijlen van de hoekruiten op de balkons en met crème deuren.
In december 1958 rijdt de 77 zijn laatste ritten en in Januari 1959 wordt het motorrijtuig in de Centrale Werkplaats binnen genomen om te worden verbouwd als bovenleidingmontage aanhangwagen.
De elektrische installatie wordt verwijderd, er wordt een solenoïde rem, een tweeleiding pneumatische rem,een werkplatform, kop en sluitlichten en diverse contactdozen op de balkonschermen aangebracht om achter praktisch alle soorten motorwagens dienst te kunnen doen. Op 13 juni 1959 komt de bovenleidingmontage wagen als zodanig in dienst en wordt o.a. geregeld gebruikt voor inspectie van de bovenleiding.
In de periode van 30 juni 1974 tot 8 maart 1976 wordt de H42 verhuurd aan het Gemeente Vervoer Bedrijf Amsterdam voor aanleg en controle van de bovenleiding.
Begin 1982 wordt de H42 afgevoerd en overgedragen aan de Tramweg-Stichting en die bergt de H42 op 6 september 1982 op in een loods in Scheveningen in afwachting van verdere plannen. Na enige tijd als schaftkeet gebruikt te zijn start dan begin 1989 de voorbereidingen voor een herstel als éénmanwagen 77.
Na het nodige werk wordt op 12 november 2001 de wagenbak van het onderstel gescheiden en worden deze op 7 juli 2012 geheel gerestaureerd weer verenigd.
Op 13 oktober 2012 rijdt het motorrijtuig dan voor het eerst na ruim 50 jaar weer op eigen kracht op het remise terrein van de remise Scheveningen.
Het motorrijtuig wordt volledig uitgevoerd als éénmanwagen en heeft op 28 mei 2014 weer een volledige toelating gekregen voor het Haagse tramnet.

HTM 77 op het Kerkplein, © Tramweg-Stichting
 

Naar boven.

Serie 151 - 168.

164.
Deze motorwagen maakte deel uit van de serie 151 – 164, deze serie was in principe gelijk aan de serie 21 – 150 maar had om dienst te kunnen doen op de lijnen over het binnenhof een lagere lichtkap om zodoende de poortjes op het binnenhof te kunnen passeren. De 164 werd op 10 maart 1907 aan de HTM geleverd en kwam in maart 1908 in dienst. De open balcons werden januari 1932 dichtgemaakt. De laatste rit van de 164 was op 9 mei 1946. Daarna deed de 164 geregeld dienst als klusjeswagen en reed zelfs in 1952 nog als reclametram voor de film “Tramlijn Begeerte”. Daarna ging de 164 een ietwat onzekere toekomst tegemoet toen hij in een hoekje van de remise Scheveningen werd weggezet. In het najaar van 1953 werd de 164 officieel aangewezen als museumobject. In voorbereiding op het jubileum 100 jaar tram werd de 164 onderworpen aan een grondige inspectie en bleek de staat van de 164 zodanig dat het niet haalbaar was om de 164 in rijvaardige staat te krijgen voor de aanvang van het jubileum. De rol van de 164 werd overgenomen door de 265 en bleef de 164 in de remise Lijsterbesstraat wachtte op een verdere beslissing. Omdat de HTM de 164 wel kwijt wilde werd de wagen overgedragen een de inmiddels opgerichte Tramweg Stichting.
De 164 vertrok op een dieplader op 15 april 1966 naar Enschede voor een aanvang van de restauratie. Rond 1970 wilde men de 164 terughebben naar Den Haag maar de HTM voelde daar weinig voor in verband met ruimtegebrek in de remises. Op 30 maart 1971 werd de 164 teruggebracht naar Den Haag. Na vele uren werk was er in april 1972 een fraaie 164 als statisch object ontstaan.
Vanaf 1983 werd het rijvaardig maken van de 164 ter hand genomen waarbij onder andere een oplossing moest worden gezocht voor de oude gietijzeren en slechte rijweerstanden. Op 17 april 1989 reed de 164 toen weer voor het eerst p eigen kracht een proefrit. Helaas raakte in juli 1991 één van de tractiemotoren defect en werd de 164 weer een statisch object. In mei 1995 begon men met het herstel van de defecte tractiemotor en op 15 juli 1995 kwam de 164 weer na een geslaagde proefrit als rijvaardige museumwagen in dienst.
De 164 maakt thans deel uit van de collectie van het Haags Tram Museum wat ondergebracht is in het Haags Openbaar Vervoer Museum.

HTM 164 op het terrein van het HOVM, © HOVM
 

Naar boven.

Serie 250 -279.
Deze serie motorwagens bestond uit 30 wagens, genummerd 250 - 279. Na de oorlog misten in de serie de nummers 275 - 278. Reden waarom de 279 vernummerd werd in 275, zodat weer een aaneengesloten serie ontstond.

265.
Deze wagen is in 1919 besteld bij de Firma HAWA en in december 1920 aan de HTM geleverd..
In 1937 kwam de eerste wijziging toen de banken werden vervangen door exemplaren bekleed met zwart kunstleer.
De volgende wijziging was het vervangen van het geperste onderstel door een geklonken onderstel in 1938.
Om de exploitatie eenvoudiger te maken werd de sleepbeugel in 1941 vervangen door een pantograaf, tegelijk werden de rijcontrollers vervangen door andere exemplaren en de weerstanden onder de wagen naar het dak verplaatst voor een betere koeling. Na het stilleggen van het trambedrijf is de 265 in 1945 weggevoerd naar het oosten. Bij Bentheim is het transport echter blijven steken en op 4 september 1945 kwam de 265 weer in Den Haag terug waar hij voorlopig opgeborgen werd.
In 1947 was de 265 bij Werkspoor voor een grote opknapbeurt waarbij tegelijk de klapborden en lijncijferlantaarns werden vervangen door richtingfilm en lijncijferfilm kasten. Tevens werd op het dak een rood sluitlicht aangebracht.
Nadat in 1950 nieuwe motoren van 90 Pk per stuk zijn aangebracht heeft de 265 nog tot het eind in de dienst gereden. In het voorjaar van 1964 ging het motorrijtuig de Centrale Werkplaats in en werd gerestaureerd in de afleveringstoestand van 1920 met bruine balconpuien. Zo deed het dienst tijdens de viering van 100 jaar tram. In 1965 werd de bruine balconpui iets gewijzigd en in 2013 kwam het motorrijtuig met geheel créme balconpuien in dienst. Het motorrijtuig behoort tot het historisch bestand en is ondergebracht bij het Haags Openbaar Vervoer Museum.

HTM 265 op het voorterrein van het HOVM, © HOVM
 

Naar boven.

274.
Dit motorrijtuig maakte deel uit van een bestelling in 1919 van 30 motorrijtuigen (serie 250 - 279) bij de firma HAWA voor een bedrag van 15.876 gulden en 35 cent per motorrijtuig.
Het werd in februari 1921 afgeleverd in Den Haag en kwam op 13 maart 1921 in dienst.
Bij aflevering was het motorrijtuig crèmekleurig gelakt met rode biezen en wagennummers. Het onderstel was, evenals de balkondeuren, bruin gelakt.
Aan het eind van de oorlog werd het motorrijtuig op 18 januari 1945 weggevoerd naar Düsseldorf.
Op 6 februari 1945 arriveerde het in Düsseldorf en maar tot 16 februari 1945 daar dienst gedaan.
Na het beëindigen van de tweede wereldoorlog duurde het nog tot 17 januari 1947 voor het motorrijtuig terugkeerde naar Den Haag.
Na een inspectie van de toestand van het motorrijtuig werd het voor herstel naar la Brugeoise gezonden.
Op 28 juni 1947 werd het motorrijtuig weer hersteld afgeleverd in Den Haag. De deuren waren nu crème en het onderstel grijs geschilderd.
De koersborden en lijnlantaarns waren vervallen, daarvoor in de plaats werden lijnnummerkasten en richtingfilmkasten aangebracht.
Op 30 juli 1947 verscheen het motorrijtuig weer op straat.
De HTM had voor deze serie in Engeland nieuwe motoren besteld (Crompton type C123,A1 van 90 Pk/66 kW per stuk) en die werden op 23 februari 1950 in dit motorrijtuig geplaatst.
Hiermee was het motorrijtuig, samen met zijn serie genoten, één van de sterkste motorrijtuigen in den Haag wat met gemak twee aanhangrijtuigen kon trekken.
De laatste rit in de personendienst reed het motorrijtuig op 7 april 1963 waarna het als instructierijtuig en klusjes wagen nog werd gebruikt.
Zo was het motorrijtuig op 2 januari 1966 te zien op het Savornin Lohmanplein waar het tijdens een instructierit met de stroomafnemer in de bovenleiding bleef hangen, en ontspoorde het motorrijtuig tijdens een instructierit op 14 mei 1966 op de hoek van Laan van Meerdervoort en de Zoutmanstraat.
In februari 1970 werd het motorrijtuig nog gebruikt als trekkracht voor de slijpaanhangwagen H25.
Op 31 mei 1974 werd het motorrijtuig , gesleept door het motorrijtuig 826, naar de voormalige remise 's-Gravenmade overgebracht en daar gestald.
Hiervandaan vertrok het motorrijtuig op een vrachtwagen ( in samenzijn met de HTM 824 en HTM 826) op 7 juni 1974 naar de Electrische Museumtramlijn Amsterdam en heeft daar eigenlijk geen dienst gedaan.
Uiteindelijk is het motorrijtuig overgebracht naar de, in 1996 geopende, tramlijn van het openluchtmuseum in Arnhem.
Op 1 oktober 2011 reed de 274 voorlopig voor het laatst en ging de remise/werkplaats in voor de nodige revisie. Hier werden onder andere het dak vernieuwd en de electrische bedrading vernieuwd.Nadat het in 2012 weer in dienst kwam is de buitenzijde van het motorrijtuig in 2014 onderhanden genomen.
Het motorrijtuig is eigendom van het Openluchtmuseum Arnhem

HTM 274, Openluchtmuseum Arnhem, 26 maart 2011, © Openluchtmuseum
 

Naar boven

Serie 290 - 299.

294.
De 294 werd afgeleverd op 1 mei 1926 en op 13 mei 1926 in dienst gesteld.
Op 20 maart 1963 reed de 294 zijn laatste dienst en ging terzijde met de bestemming ombouw als pekelwagen.
Als H4 kwam de pekelwagen op 19 augustus 1964 in dienst
In 1971 werd de H4 weer in de Centrale werkplaats binnengenomen en gemoderniseerd.
De balconschermen werden vernieuwd, nieuwe achterlichten met richtingaanwijzers werden aangebracht, verwariming werd aangebracht en de electrische installatie werd vervangen door die van 806.
In 1998 ging de H4 buiten dienst en werd in 2003 verkocht aan de Tramweg Stichting waar hij het nummer 14 kreeg.
In 2015 is men begonnen met het terugbrengen van het interieur in de afleveringstoestand waarna de balcons zullen volgen zodat uiteindelijk de 294 weer in de passagiersdienst zal kunnen rijden.
De restauratie van de 294 is in handen van de TS Scheveningen.

HTM 294+905, Kerkplein, 1959, © Tramweg Stichting.
 

Naar boven.

Motorwagens 801 - 830.
Deze serie bestaat uit de volgende subseries:
801 - 815, gebouwd door Allan & Co te Rotterdam

816 - 820, gebouwd doorAllan & Co te Rotterdam
met éénassige draaistellen volgens systeem Kamp.
821 - 830, gebouwd door La Brugeoise te België

810.
Deze motorwagen, uit de subserie 801 - 815, is op 16 juli 1927 in Den Haag afgeleverd door de firma Allan & Co te Rotterdam.
Op 24 juli 1927 kwam het motorrijtuig officieel in dienst.
Tot 4 augustus 1963 heeft het motorrijtuig dienst gedaan en is toen als reserve weggezet. Omdat het nog de originele " schopdeurtjes" ( de Haagse bijnaam voor de vouwdeuren in de 800-en) had werd het motorrijtuig aangewezen om met aanhangrijtuig 769 een museumtramstel te gaan vormen om de klassieke combinatie van sneltramlijn 11 te tonen.
In de remise Scheveningen begon in 1966 een groep enthousiaste hobbyisten onder leiding van John Munter met het in afleveringstoestand brengen van de 810 en 769.
Het motorrijtuig gaf bij het officiele jubileum van 40 jaar lijn 11 een beeld van de opening van de lijn in 1927.
Op 16 juni 1967 werd het motorrijtuig officieel aan het museumbestand van de HTM toegevoegd.
Momenteel is het motorrijtuig onderdeel van de collectie van het Haags Openbaar Vervoer Museum.

HTM 810, © HOVM
 

Naar boven.

816.
Het motorrijtuig 816 stamt uit de deelserie 816-820 en werd gebouwd door Allan en Co te Rotterdam.
Ze beschikten over twee één-assige truckstellen met een radstand van 4 meter volgens het systeem Kamp.
Hiermee zou theoretisch met hogere snelheid een bocht ingereden kunnen worden waarbij deze draaistellen zich vanzelf in zouden stellen.
Het systeem beviel echter niet geheel omdat bij stilstand in bogen het systeem niet meer werkte.
Op 10 september 1927 werd het motorrijtuig afgeleverd in den Haag en op 4 december 1927 in dienst gesteld.
Na enige proefritten op de sneltramlijn 11 werden de "truckwagens" verbannen van lijn 11 vanwege het berijden van de wissels op deze lijn die geschikt waren voor spoor- en tramvervoer door middel van verende puntstukken.
Het motorrijtuig beschikte over 23 zitplaatsen en over 44 staanplaatsen in totaal.
Op 5 maart 1945 werd het motorrijtuig uit Den Haag weggevoerd naar Duisburg en kwam pas op 27 juli 1946 weer terug in den Haag. Of het daadwerkelijk dienst gedaan heeft in Duisburg is onbekend.
Na terugkeer in Den Haag en een inspectie naar de toestand van het motorrijtuig werd het voor herstel naar Werkspoor gebracht en keerde op 20 december 1946 hersteld terug in Den Haag. Na aanbrengen van de motoren, lijnfilms en richtingfilms werd het op 11 februari 1947 weer in dienst gesteld.
Bij aflevering beschikte het motorrijtuig over "schopdeurtjes" (de populaire Haagse benaming voor de vouwdeuren) welke in 1953 bij de verbouwing van de balcons werden vervangen door schuifdeuren.
Op 4 december 1965 reed het motorrijtuig zijn laatste dienst en gereserveerd voor de Stichting Tram En Railvervoer Nederland (STERN) terzijde gezet.
Op 12 mei 1976 werd het in een loods in Delfgauw opgesteld en op 9 mei 1977 naar de Electrische Museumtramlijn Amsterdam vervoerd waar het motorrijtuig in 1986 is gerestaureerd en nu geregeld dienst doet bij de EMA.

HTM 816, Remise Karperweg, EMA, © EMA
 

Naar boven.

819.
Het motorrijtuig 819 stamt uit de deelserie 816-820 en werd gebouwd door Allan en Co te Rotterdam.
Ze beschikten over twee één-assige truckstellen met een radstand van 4 meter volgens het systeem Kamp.
Hiermee zou theoretisch met hogere snelheid een bocht ingereden kunnen worden waarbij deze draaistellen zich vanzelf in zouden stellen.
Het systeem beviel echter niet geheel omdat na stilstand in bogen het systeem niet meer werkte.
Op 21 september 1927 werd het motorrijtuig afgeleverd in Den Haag en op 4 december 1927 in dienst gesteld.
Na enige proefritten op de sneltramlijn 11 werden de "truckwagens" verbannen van lijn 11 vanwege het berijden van de wissels op deze lijn die geschikt waren voor spoor- en tramvervoer door middel van verende puntstukken.
Het motorrijtuig beschikte over 23 zitplaatsen en over 44 staanplaatsen in totaal.
Op 22 februari 1945 werd het motorrijtuig uit Den Haag weggevoerd naar Duitsland maar is niet verder gekomen dan Bentheim.
Op 29 januari 1946 keerde het motorrijtuig weer terug in Den Haag.
Na terugkeer in Den Haag en een inspectie naar de toestand van het motorrijtuig werd het in mei 1946 voor herstel naar Werkspoor gebracht en keerde op 12 december 1946 hersteld terug in Den Haag.
Na aanbrengen van de motoren, lijnfilms en richtingfilms werd het op 5 mei 1947 weer in dienst gesteld.
Bij aflevering beschikte het motorrijtuig over "schopdeurtjes" (de populaire Haagse benaming voor de vouwdeuren) welke in 1961 bij de verbouwing van de balcons werden vervangen door schuifdeuren.
Op 4 maart 1965 reed het motorrijtuig zijn laatste dienst en terzijde gezet.
Sinds 1975 maakt het motorrijtuig nu deel uit van de collectie van het Haags Openbaar Vervoer Museum in den Haag en is daar in de toestand van de jaren '50 teruggebracht.

HTM 819, © HOVM
 

Naar boven.

822.
Het motorrijtuig 822 stamt uit de deelserie 821-830 en werd gebouwd door la Brugeoise te België.
Ze waren, iets korter dan de motorwagens uit de deelseries 801-815 en 816-820.
Op 12 juli 1929 werd het motorrijtuig afgeleverd in Den Haag en op 27 juli 1929 in dienst gesteld.
De serie 821-830 werd afgeleverd met bruin geschilderde grote klapdeuren, op 23 februari 1953 verscheen de 822 na een revisie/schilderbeurt weer op straat met crème geschilderde klapdeuren.
Het motorrijtuig beschikte over 23 zitplaatsen en over 44 staanplaatsen in totaal.
Op 21 september 1965 reed het motorrijtuig zijn laatste rit en is daarna terzijde gesteld.
Op 16 oktober 1969 werd het motorrijtuig zonder motoren overgebracht naar het Nederlands Trammuseum in Weert als ruilobject voor een ander historisch object.
24 augustus 1990 werd het motorrijtuig teruggebracht naar Den Haag en vond onderdak bij de Tramweg-Stichting in Scheveningen en vertrok vervolgens daar vandaan op 9 november 1991 naar het Nationaal Smalspoor Museum in Katwijk.
Vanwege een totaal verrotte wagenbak is is het uiteindelijk in juli 1999 gesloopt met een respectabele leeftijd van 70 jaar.
Het interieur is na demontage overgebracht toen naar Lille in Frankrijk om de daar verblijvende H2
(ex 292) weer van interieur te voorzien. De H2 is echter inmiddels ook al weer terug in Nederland bij het HOVM.
De foto is gemaakt door Henk Oldendaal.

HTM 822, Laan van Meerdervoort, april 1958, © Henk Oldendaal
 

Naar boven.

824.
Deze motorwagen is op 12 juli 1929 in D
en Haag afgeleverd door de fabrikant, La Brugeoise in België.
Op 27 juli 1929 kwam het motorrijtuig officieel in dienst. De laatste rit van het motorrijtuig werd gereden op 10 januari 1967 omdat door het huwelijk van H.K.H. Prinses Margriet de normale tramexploitatie met PCC's niet mogelijk was en de 824 samen met soortgenoten een pendeldienst op lijn 9 reed.
Nadat het oude twee-assige materieel niet meer voor de dienst benodigd was is het nog enige tijd als werkwagen of instructiewagen gebruikt.
Op 7 juni 1974 werd het motorrijtuig verkocht aan de Tramweg Stichting en werd het naar Amsterdam overgebracht voor dienst op de Electrische Museumtramlijn Amsterdam. Daar reed het zijn laatste rit op 7 juli 2002 en werd op 9 juli 2002 opgeladen door de transportfirma van der Vlist en naar het trammuseum " Sporvejsmuseet Skjoldenaesholm" in Denemarken overgebracht waar het anno 2016 nog steeds dienst doet.

HTM 824, Denemarken, © Onbekend
 

Naar boven.

826.
Het motorrijtuig 826 stamt uit de deelserie 821-830 en werd gebouwd door la Brugeoise te België.
Ze waren, iets korter dan de motorwagens uit de deelseries 801-815 en 816-820.
Op 6 augustus 1929 werd het motorrijtuig afgeleverd in D
en Haag en op 15 augustus 1929 in dienst gesteld.
De serie 821-830 werd afgeleverd met bruin geschilderde grote klapdeuren, op 22 februari 1957 verscheen de 826 na een revisie/schilderbeurt weer op straat met crème geschilderde schuifdeuren.
Het motorrijtuig beschikte over 23 zitplaatsen en over 44 staanplaatsen in totaal.
Eind 1943 ging het motorrijtuig langdurig terzijde wegens gebrek aan onderdelen en werd pas eind 1947 weer in dienst gesteld.
De laatste rit van het motorrijtuig werd gereden op 10 januari 1967 omdat door het huwelijk van H.K.H. Prinses Margriet de normale tramexploitatie met PCC's niet mogelijk was en de 826 samen met soortgenoten een pendeldienst op lijn 9 reed.
Nadat het oude twee-assige materieel niet meer voor de dienst benodigd was is het nog enige tijd als werkwagen of instructiewagen gebruikt.
Op 7 juni 1974 werd het motorrijtuig verkocht aan de Tramweg Stichting en werd het naar Amsterdam overgebracht voor dienst op de Electrische Museumtramlijn Amsterdam. en keerde uiteindelijk daarvandaan op 24 juni 1987 weer terug in D
en Haag.
Samen met het aanhangrijtuig 780 reed het motorrijtuig 826 van 10 april 12992 tot en met 10 oktober 1992 op de Floriade tentoonstelling in Zoetermeer.
Daarna is het motorrijtuig opgenomen in het historisch bestand van de HTM en in de collectie van het HOVM.

HTM 826, © HOVM
 

Naar boven.

830.
Het motorrijtuig 830 stamt uit de deelserie 821-830 en werd gebouwd door la Brugeoise te België.
Ze waren, iets korter dan de motorwagens uit de deelseries 801-815 en 816-820.
Op 6 augustus 1929 werd het motorrijtuig afgeleverd in D
en Haag en op 15 augustus 1929 in dienst gesteld.
De serie 821-830 werd afgeleverd met bruin geschilderde grote klapdeuren, op 17 maart 1951 verscheen de 830 na een schilderbeurt weer op straat met crème geschilderde schuifdeuren.
Het motorrijtuig beschikte over 23 zitplaatsen en over 44 staanplaatsen in totaal.
Eind 1943 ging het motorrijtuig langdurig terzijde wegens gebrek aan onderdelen en werd pas eind 1947 weer in dienst gesteld.
De laatste rit van het motorrijtuig werd gereden op 12 december 1964.
Nadat het oude twee-assige materieel niet meer voor de dienst benodigd was is het nog enige tijd als werkwagen of instructiewagen gebruikt, onder andere werd de 830 als sleepwagen in de remise Frans Halsstraat voor defecte PCC's serie 1000 gebruikt van maart 1965 tot oktober 1966.
Op 16 juni 1975 vertrok de 830 samen met aanhangrijtuig 756 naar het Spoorwegmuseum te Utrecht en keerde op 28 september 1990 (samen met aanhangrijtuig 756) terug in D
en Haag en werd geschikt gemaakt voor dienst op de Floriade tentoonstelling in Zoetermeer van 10 april 1992 tot en met 10 oktober 1992.
Daarna is het motorrijtuig opgenomen in het historisch bestand van de HTM en in de collectie van het HOVM als Partytram.
In maart 2001 is het motorrijtuig 830 samen met aanhangrijtuig 756 overgebracht naar Rotterdam.
Bij de tramoptocht door Amsterdam ter gelegenheid van het 75 jarig jubileum van de Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in Het Spoor- en Tramwegwezen (NVBS) werd het stel 830-756 naar Amsterdam overgebracht om daar acte de présence te geven.
Aansluitend aan deze manifestatie is de motorwagen 830 samen met het aanhangrijtuig 756 overgebracht naar het Trammuseum in Wehmingen bij Hannover.
Het motor- en aanhangrijtuig zijn daar sinds 24 juni 2006 in rijvaardige staat en doen geregeld dienst.

HTM 830, Wehmingen, © Museum wehmingen
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu