Motorrijtuigen 4 assig - Museumtrams

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Motorrijtuigen 4 assig

Stadstrams > Den Haag

Serie 51 - 80. (Interlokaal)

57.
In 1921 bestelde de Haagsche Tramweg Maatschappij een serie van 10 motorrijtuigen, genummerd 51 - 60, voor de exploitatie van de lijnen naar Delft en Leiden. Als leverancier voor deze deelserie werd Linke-Hoffmann Werke gekozen. De kosten bedroegen Fl.28.882,11 per motorrijtuig voor deze deelserie. De gehele serie bestond uit 30 motorrijtuigen, genummerd 51 - 80.
Motorrijtuig 57 werd in juli 1923 geleverd aan de HTM en op 3 november 1923 toegelaten op het HTM net. Op 6 november 1923 kwam de 57 op de lijn D
en Haag - Wassenaar in dienst. De motorrijtuigen hadden oorspronkelijk een radstand (= afstand tussen de wielassen) van 1700 mm in de draaistellen. Het bleek toch niet zo goed te zijn want de motorrijtuigen vertoonde een vrij onrustige loop. Uiteindelijk werd de radstand naar 2100 mm vergroot met alleszins aanvaardbare loopeigenschappen. De 57 kreeg de nieuwe draaistellen op 5 november 1936.
De 57 deed van 1923 tot augustus 1934 dienst vanuit de remise Maaldrift in Wassenaar en van augustus 1934 tot januari1964 vanuit de remise 's-Gravenmade waar het hoofdzakelijk op de lijn naar Delft, en incidenteel op de lijn naar Voorburg dienst deed. In januari 1941 keerde de 57 weer even terug in Wassenaar om een tekort aan dienstwagens op te vangen tijdens de ombouw van de rem-installatie naar tweeleidingrem. Eind augustus 1961 gebeurde dat nogmaals vanwege een hoge defectenstand in Maaldrift.
De 57 was voorzien van twee kleine eindbalcons en een middenbalcon met twee tussenliggende afdelingen. Het bood plaats aan 30 zittende en 58 staande passagiers.

In 1952 werd de reminstallatie gewijzigd van een éénleidingrem naar een tweeleidingrem systeem. Ook de compressoren werden vervangen door zwaardere exemplaren om het rijden met twee bijwagens makkelijker te maken. De oorspronkelijke compressor kon het luchtverbruik bij het rijden met twee bijwagens maar net bijhouden. Ook de tractie-installatie werd aangepast aan de nieuwe Oerlikon rijcontrollers

Op 1 december 1964 deed de 57 voor het laatst dienst omdat het motorrijtuig in de herfst van 1964 was aangewezen als museumwagen. De HTM vroeg begin 1965 als verkoopprijs van het motorrijtuig Fl.3500,00 maar uiteindelijk kon de Tramweg-Stichting de 57 in 1966 kopen voor een bedrag van Fl. 2000,00
In april 1966 werd begonnen met het opknappen van het motorrijtuig en op 2 mei 1970 kon de 57 samen met het inmiddels ook opgeknapte aanhangrijtuig 118 aan het publiek getoond worden.
Na proefritten in den Haag welke begonnen op 23 september 1977 werd als hoogtepunt op 26 september 1977 weer met de 118 naar Delft gereden.
Op 27 mei 1983 werd de 57 in de buiten gebruik zijnde remise Frans Halsstraat gestald en is vanaf 1989 ondergebracht in de collectie van het Haags Openbaar Vervoer Museum.

HTM 57 op het terrein van het HOVM, © HOVM
 

Naar boven.

58.
In 1921 bestelde de Haagsche Tramweg Maatschappij een serie van 10 motorrijtuigen, genummerd 51 - 60, voor de exploitatie van de lijnen naar Delft en Leiden. Als leverancier voor deze deelserie werd Linke-Hoffmann Werke gekozen. De kosten bedroegen Fl.28.882,11 per motorrijtuig voor deze deelserie. De gehele serie bestond uit 30 motorrijtuigen, genummerd 51 - 80.
Motorrijtuig 58 werd in juli 1923 geleverd aan de HTM en op 5 januari 1924 op de lijn D
en Haag - Wassenaar in dienst genomen. De motorrijtuigen hadden oorspronkelijk een radstand (= afstand tussen de wielassen) van 1700 mm in de draaistellen. Het bleek toch niet zo goed te zijn want de motorrijtuigen vertoonde een vrij onrustige loop. Uiteindelijk werd de radstand naar 2100 mm vergroot met alleszins aanvaardbare loopeigenschappen.
De 58 was één van de twee motorwagens die als proef nieuwe draaistellen kreeg. De keuze viel uiteindelijk op het andere type draaistel waarmee de rest van de serie werd uitgerust. Motorrijtuig 58 hield deze afwijkende draaistellen tot 1961.

De 58 deed van 1924 - 1935 dienst vanuit de remise Maaldrift in Wassenaar en van 1936 - 1964 vanuit de remise 's-Gravenmade waar het hoofdzakelijk op de lijn naar Delft, en incidenteel op de lijn naar Voorburg dienst deed. In 1951 keerde de 58 weer even terug in Wassenaar om een tekort aan dienstwagens op te vangen tijdens de ombouw van de rem-installatie naar tweeleidingrem.
De 58 was voorzien van twee kleine eindbalcons en een middenbalcon met twee tussenliggende afdelingen. Het bood plaats aan 30 zittende en 58 staande passagiers.

In 1952 werd de reminstallatie gewijzigd van een éénleidingrem naar een tweeleidingrem systeem. Ook de compressoren werden vervangen door zwaardere exemplaren om het rijden met twee bijwagens makkelijker te maken. De oorspronkelijke compressor kon het luchtverbruik bij het rijden met twee bijwagens maar net bijhouden. Ook de tractie-installatie werd aangepast aan de nieuwe Oerlikon rijcontrollers.
In augustus 1961 werd de 58 op een voorlopige slooplijst vermeld maar door een zware aanrijding van motorwagen 55 waarbij het volledige voorbalcon ingedrukt werd ging de 58 op 28 september 1961 weer van die slooplijst af. De 58 werd voorzien van de normale draaistellen van de 71. Hierbij kwam aan het licht dat voor deze draaistelwisseling enige ingrijpende aanpassingen aan de bakoplegging moest worden gedaan. Opmerkelijk omdat het motorrijtuig nog maar korte tijd dienst zou doen.
In 1963 dreigde opnieuw sloop voor de 58 maar door scheurvorming in de motorrijtuigen 61 - 80 werden de resterende lager genummerde motorrijtuigen, waaronder de 58, aangehouden.
Op 4 januari 1965 deed de 58 voor het laatst dienst waarna het op 6 april 1965 officieel aangewezen werd als werkwagen ter vervanging van de 80. Daarbij werd de 58 onder andere gebruikt voor slooptransporten naar 's-Gravenmade. In die periode werd ook de 1200 Volt compressor vervangen door een 600 Volt compressor uit een buitendienst gesteld motorrijtuig van de serie 201 - 216.

Uiteindelijk was de 58 voor het spoorwegmuseum bestemd, maar omdat er nog geen plek was werd het in de tussentijd nog als klusjeswagen voor de afdeling Weg en Gebouwen gebruikt.
Het spoorwegmuseum schonk de 58 in 1975 aan de Tramwegstichting en daar deed het geregeld dienst bij de EMA. In oktober deed de 58 een paar weken dienst op de Sneltramlijn Utrecht - Nieuwegein ter gelegenheid van het vijfjarig bestaan van die lijn.
In 1993 kwam de 58 buiten dienst te staan. Op 26 april 2008 werd het overgebracht naar den Haag waarna medewerkers van de Stichting Tramwerk een restauratieplan opzetten.
Inmiddels heeft de 58 weer op eigen kracht gereden op 19 februari 2012.

Na een nachtelijke proefrit op 15 juni 2013 bleek alles te functioneren zoals het hoort en werden de laatste zaken zoals aanbrengen wagennummers etc. voltooid. Op 7 februari 2014 werd nog een laatste proefrit gehouden voor het meten van de remvertragingen. Dit bleek allemaal in orden en de 58 heeft inmiddels een veiligheidscertificaat gekregen.
Op 16 maart 2014 verscheen de 58 voor het eerst weer na lange tijd op straat om een rit naar Voorburg te maken voor de mensen die op enigerlei wijze aan dit restauratieproject hun bijdrage hadden geleverd.
Op 30 maart 2014 is de 58 bij het station Voorburg officieel opnieuw in dienst gesteld door de Haagse wethouder Vervoer.
De 58 is thans eigendom van de Stichting de Wassenaarse Tram en zal in overleg in bruikleen afgestaan worden aan een organisatie die het motorrijtuig kan exploiteren.

HTM 58, 2015, © Onbekend
 

Naar boven.

Serie 81 - 90. (Interlokaal)
Deze motorrijtuigen zijn overgenomen van de LTM (Limburgsche Tramweg Maatschappij).
De motorwagens werden gebouwd door:
2601 - 2605 Linke Hofmann, Linke Hofmann Werke, Cöln-Ehrenfeld
2606 – 2610 Beijnes
De 2601 werd bij de LTM toegelaten op het net op 29 juli 1924 en de 2610 uiteindelijk op 17 november 1931.
In oktober 1936 werden de 2601 - 2610 administratief vernummerd in 601 - 610.

In 1949 bood de LTM een deel van haar materieel aan. Na de definitieve stillegging van het trambedrijf op 14 mei 1950 was alle materieel beschikbaar voor verkoop
De HTM kocht op 7 maart 1950 voor een bedrag van Fl. 270.726,87 de 10 vierassige motorrijtuigen en de 20 vierassige aanhangrijtuiigen. De verbouwing door Werkspoor kostte nog eens Fl. 706.594,10, zodat de totale uitbreiding van het materieelpark met 10 motor- en 20 bijwagens voor de buitenlijnen een kleine miljoen gulden kostte.
10 van de bijwagens werden verbouwd om dienst te kunnen doen met de bestaande buitenlijn motorwagens.
Vanaf 2 maart 1951 werden de eerste ‘Limburgers’, zoals het van de LTM overgenomen materieel in Den Haag zou gaan heten, in dienst gesteld op het traject Den Haag - Wassenaar en vanaf 20 juli van dat jaar ook op de lijn Den Haag - Voorburg.
Bij de HTM werden de wagens in volgorde genummerd in de serie 81 - 90.
Door de invoering van nieuwe trams raakten de motorwagens van de serie 81 - 90 na 20 oktober 1963 overtollig en werden in december 1964 naast de remise in Rijswijk gesloopt.

90.
Dit motorrijtuig ging op 14 mei 1950 bij de LTM buitendienst en werd eind oktober 1950 overgebracht naar Werkspoor voor modernisering en aanpassing aan de HTM normen.
Op 5 mei 1951 werd het motorrijtuig bij de HTM afgeleverd en kwam op 22 juli 1951 op lijn D
en Haag – Voorburg in dienst. O 19 oktober 1963 reed het zijn laatste rit bij de HTM in de reizigersdienst.

Na de omschakeling van de lijn den Haag – Voorburg op moderner materieel werd het motorrijtuig per 13 november 1964 gebruikt als rangeermotorwagen.
Na de stopzetting van de tramdienst op de lijn D
en Haag – Delft in de avond van 8 januari 1965 was de 90 het laatste motorrijtuig wat nog op 1200 Volt gereden heeft bij de HTM.
Het vertrok als laatste van de remise ’s-Gravenmade met bestuurders die de PCC rijtuigen moesten gaan halen en naar de remise ’s-Gravenmade brengen. Nadat de 90 de stroomscheiding 1200-600 Volt gepasseerd was werd de lijn den Haag – Delft naar 600 Volt omgeschakeld.
Het motorrijtuig 90 (ex-LTM 610) werd niet gesloopt, maar keerde op 9 november 1965 rijvaardig terug in Heerlen.
Daar werd de tram opgesteld op het voormalige remise-terrein van de LTM aan de Grasbroekerweg. Aan de buitenzijde werd de wagen geschilderd in de groencrème kleurcombinatie van de LTM, terwijl uit de wagen de bruine kunstleren ‘Haagsche’ banken werden verwijderd.
Op 29 september 1973 werd de 610 geschonken aan de Tramweg-Stichting in Amsterdam. Inzet op de museumtramlijn is er nooit van gekomen en op 25 april 1975 arriveerde hij dan toch in het Spoorwegmuseum. In 1986 is het interieur weer aangebracht in de staat, zoals die bij de LTM is geweest, dus met houten banken.

Na de verbouwing van het Spoorwegmuseum was er geen plaats meer voor de tram en op woensdag 23 november 2005 kwam motorwagen 610 per dieplader terug in Limburg en vond onderdak bij de Zuid-Limburgse Stoomtrein Maatschappij.

De LTM610 is op 19-11-2010 overgebracht naar de Tramwegstichting. Hier werd ze teruggebracht in de staat die ze destijds heeft gehad bij de HTM, dit alles is voor het buitenlijn feest van de Tramwegstichting dat in september 2011 werd gehouden bij het Haags Openbaar Vervoer Museum ( HOVM ) in Den Haag.
Het motorrijtuig is eind 2015 nog steeds in den Haag bij de Tramweg-Stichting aanwezig.

HTM 90 bij het HOVM, 25 september2011, © lino
 

Naar boven.

Serie 201 - 216.
Om de uitvloeiselen van de oorlog op materieelgebied het hoofd te kunnen bieden bestelde de HTM in 1946 bij de Firma Werkspoor te Utrecht 16 motorwagens, de 201 - 216. Er werd geen proefuitvoerig besteld gezien de hoge materieelnood van dat moment. Wel zouden de 215 en 216 uitgerust worden met PCC draaistellen. Dit werd echter snel weer teruggedraaid in verband met twee nieuw te bestellen proefwagens type PCC. Wel werden deze vierassige motorwagens voorzien van rollagers op de wielassen en een drietal verschillende wielsteltypes. De 201 - 206 kregen gewalste stalen wielen, de 207 - 214 kregen rubbergeveerde wielen van SAB en de 215 - 216 kregen rubbergeveerde wielen van Maley en Taunton.
De vier 300 Volt motoren van 61 Pk elk (45 kW) konden een losse motorwagen een aanzetversnelling geven van 1,5 m/sec² en een maximumsnelheid van 60 km/h. Ter vergelijking: De 1001 en 1002 konden een aanzetversnelling bereiken van 2 m/sec² en de maximum snelheid was 70 km/h.
De 201 - 216 hebben dienstgedaan op de lijnen 3, 8, 9, 11 en 14. De 214 heeft van 31 juli t/m 13 augustus 1956 regelmatig dienst gedaan tussen de PCC's van lijn 7. Vreemd verschijnsel was hierbij dat het personeel soms extra lang moest halteren om niet op de voorganger in te lopen. De haltetijden van de 214 konden korter zijn als van een PCC omdat de conducteur tijdens de rit plaatsbewijzen verkocht in tegenstelling tot de bestuurder van de PCC.

215.
Dit motorrijtuig maakte deel uit van de, in 1948, door Werkspoor Utrecht gebouwde serie 201 – 216.
Zie hier het artikel uit de Werkspoor Courant over de trams.

Het waren motorrijtuigen op 2 twee-assige draaistellen. De keus hiervoor kwam voort uit een beter rijgedrag bij hogere snelheden en het grotere motorvermogen waardoor deze trams makkelijker in de toekomst met de verwachtte verkeerstoename mee konden. Nieuwigheid voor D
en Haag was het signalisatie systeem waarmee passagiers zelf konden aangeven of bij de volgende halte gestopt moest worden.
De motorrijtuigen waren uitgerust met een twee-leiding luchtdrukrem als aanvulling op de electro-dynamische rem maar konden desnoods ook dienst doen als volwaardige bedrijfsrem.
De tractie-installatie bestond uit een electro-pneumatisch systeem. Gezien de kleine omvang van de serie heeft het HTM onderhoudsperoneel hier nooit goed mee om kunnen gaan zodat dit heel vaak een storingsbron was. Bij NS was dit type installatie gemeengoed en daar voldeed de installatie perfect.
De 215 werd op 7 februari 1949 aan de HTM afgeleverd en kwam na beproeving op 12 februari 1949 in dienst. Voor het personeel even wennen of de stroomafnemer voor of achterop zat in verband met de wisselbediening.
Met wisselend succes heeft de 215 gereden tot het op 31 oktober 1964 zijn laatste rit maakte op lijn 11 en terzijde gesteld werd met een defect.
Daarna werd de 215 tot 1974 nog gebruikt als mobiele luchtleverancier voor het doorblazen van hydrauliek-leidingen van PCC rijtuigen.
Intussen waren de 205 en 210 naar Rotterdam overgebracht voor ombouw tot railreiniger, de ervaringen met de 205 waren niet best zodat de 210 daar werkeloos stond in Rotterdam. De Tramweg-Stichting kocht de 210 in augustus 1970, liet de 210 naar ’s-Gravenmade vervoeren op 13 januari 1976
en kwam met de HTM overeen om de 210 tegen de 215 ( die in een betere staan was) te ruilen.
In augustus 1975 werd de 215 na restauratie als statisch object toegevoegd aan de museumcollectie van de HTM en is sinds 8 februari 1978 in rijvaardige staat.

HTM 215 aan het eindpunt Scheveningen Strand, © HOVM
 

Naar boven.

Serie 1003 - 1024.

Naar boven

1006.
Dit motorrijtuig is in Den Haag afgeleverd op 23 september 1952 en op 7 oktober 1952 in dienst gesteld.
Naast wat aanpassingen aan de draaistellen vanwege te slappe veren heeft de 1006 op 29 januari 1976 nog nieuwe voordeuren gekregen met grote ramen voor verbetering van het zijwaartse zicht van de bestuurder. Op 29 september 1981 deed de 1006 voor het laatst dienst en ging terzijde.
Op 15 augustus 1983 werd de 1006 opgeladen in Den Haag en vertrok via een aparte route in verband met het profiel naar Bombardier in Brugge. Na een tijd in de fabriekshallen van Bombardier gestaan te hebben vertrok de 1006 op 19 september 2008 naar de TTO Noordzee in Gent en kreeg daar op 11 december 2008 een paar metersporige draaistellen. Na proefritten op het terrein van het depot bleek dat de uitslag van de draaistellen toch anders was als van de normale draaistellen en werd de schortbeplationg op 5 mei 2009 aangepast zodat de draaistellen ongehinderd konden draaien.
Op 13 mei 2009 maakte de 1006 zijn eerste proefrit in Gent.
Op 15 juli 2009 vertrok de 1006 naar het depot in Knokke  en maakte daar op 18 juli 2009 een proefrit.
Na vervanging van een stuk bedrading en wat onderhoud en beproeving was de 1006 in februari 2010 weer inzetbaar voor de TTO Noordzee.

HTM 1006 bij Raversijde (België), 12 juni 2010,© Amsterdam Rail.
 

Naar boven.

1022.
Dit motorrijtuig is in Den Haag afgeleverd op 1 november 1952 en op 13 november 1952 in dienst gesteld.
Op 28 juni 1974 heeft de 1022 nog nieuwe voordeuren gekregen met grote ramen voor verbetering van het zijwaartse zicht van de bestuurder.
Op 29 september 1981 deed de 1006 voor het laatst dienst en ging terzijde.
Omdat de 1022 nog in redelijke staat was werd deze voor de remise Lijsterbesstraat nog gebruikt als klusjeswagen.
In het begin van 1983 werd de 1022 uiterlijk nog opgeknapt en op 8 juli 1983 als eerste PCC rijtuig in het historisch bestand opgenomen en ondergebracht in de collectie van het HOVM.

HTM 1022 op het terrein van het HOVM, © HOVM
 

Naar boven.

1024.
Dit motorrijtuig is in Den Haag afgeleverd op 6 november 1952 en op 18 november 1952 in dienst gesteld.
Op 28 november 197( heeft de 1024 nog nieuwe voordeuren gekregen met grote ramen voor verbetering van het zijwaartse zicht van de bestuurder.
Op 28 september 1981 deed de 1006 voor het laatst dienst en ging terzijde.
De 1024 werd door een particulier gekocht en vertrok op 11 augustus 1982 vertrok de 1024 zonder motoren naar de Electrische Museumtramlijn Amsterdam.
Bij de EMA probeerde men de 1024 in 1991 te voorzien van Tatra motoren maar dat lukte niet goed, reden waarom de revisie enige tijd stillag. Ondertussen vond men in Brussel passende motoren voor de 1024 en sinds 2006 is de 1024 weer volledig bedrijfsvaardig op de museumtramlijn.

HTM 1024 Op de museumlijn in Amsterdam, © EMA
 

Naar boven.

Serie 1101 - 1200.

1101.
De 1101 werd op  15 januari 1957 in Den Haag afgeleverd en werd vervolgens op 10 maart 1957 in dienst gesteld.
De lange tijd tussen levering en in dienst stelling werd hier veroorzaakt door het wachten op de aflevering van de 1102 en de uitgebreide beproeving daarna van het rijden in gekoppelde toestand.
Na een grondige revisie in de NS werkplaats Tilburg werd de 1101 op 24 augustus 1979 afgeleverd in de bekende OV-geel kleur en "zelfbediening" van de deuren door de passagiers.
Daarna heeft de 1101 zijn diensten gereden op diverse lijnen en  heeft op 3 juni 1992 zijn laatste dienst gedaan.
Op 1 mei 1993 is de 1101 overgedragen aan het HOVM die de 1101 in de afleveringsuitvoering heeft teruggebracht.

HTM 1101, © HOVM
 

Naar boven

1139.
De 1139 werd op 4 juni 1957 in Den Haag afgeleverd en werd vervolgens op 10 juni 1957 in dienst gesteld.
Na een grondige revisie in de NS werkplaats Tilburg werd de 1139 op 28 april 1976 afgeleverd in de bekende OV-geel kleur en "zelfbediening" van de deuren door de passagiers.
De 1139 heeft daarna zijn diensten gereden op diverse lijnen en is op 24 januari 1986 uit de dienst gehaald.
In de Centrale Werkplaats werd de 1139 omgebouwd als railslijpwagen 2303 voor de RET en vertrok op 10 december  1986 naar Rotterdam.
Uiteindelijk keerde de 2303, na afvoer van de Railslijpwagen H23, op 29 juli 2003 terug in Den Haag en kreeg het originele nummer 1139 weer terug. De wagen werd in de kleuren van HTM Infra geschilderd.
Op 15 oktober 2013 nam de HTM een Rail-Weg voertuig voor het slijpen van de rail in dienst en werd de verouderde 1139 terzijde gesteld en werd ondergebracht bij het HOVM

HTM 1139 in de uitmonstering van slijpwagen, © HOVM
 

Naar boven

1147.
De 1147 werd op 20 juni 1957 in Den Haag afgeleverd en werd vervolgens op 22 juni 1957 in dienst gesteld.
Na een grondige revisie in de NS werkplaats Tilburg werd de 1147 op 3 april 1978 afgeleverd in de bekende OV-geel kleur en "zelfbediening" van de deuren door de passagiers.
Daarna heeft de 1147 zijn diensten gereden op diverse lijnen en heeft op 30 juni 1993 zijn laatste dienst gedaan.
Op 3 februari 1994 is de 1147 overgedragen aan het trammuseum in Crich (Engeland) die de 1147 in de afleveringsuitvoering heeft teruggebracht.

HTM 1147 in het museum in Crich, 30 juni 2006, © Onbekend
 

Naar boven

1165.
De 1165 werd op  20 augustus 1957 in Den Haag afgeleverd en na een paar dagen in dienst gesteld.
Na een grondige revisie in de NS werkplaats Tilburg werd de 1101 op 19 oktober 1979 afgeleverd in de bekende OV-geel kleur en "zelfbediening" van de deuren door de passagiers.
Daarna heeft de 1165 zijn diensten gereden op diverse lijnen en  heeft op 27 januari 1992 zijn laatste dienst gedaan.
Op 19 februari 1992 is de 1165 overgedragen aan het HOVM die de 1165 opgenomen heeft in de collectie in de OV-geel uitvoering.

HTM 1165 in OV geel, © HOVM
 

Naar boven

1180.
De 1180 werd op  27 oktober 1958 in Den Haag afgeleverd en werd vervolgens op 31 oktober 1958 in dienst gesteld.
Na een grondige revisie in de NS werkplaats Tilburg werd de 1180 op 18 juli 1978 afgeleverd in de bekende OV-geel kleur en "zelfbediening" van de deuren door de passagiers.
Daarna heeft de 1180 zijn diensten gereden op diverse lijnen en  heeft op 30 juni 1993 zijn laatste dienst gedaan.
Daarna heeft de 1180 vanaf november 1993 dienst gedaan als werkwagen en vanaf 1996 werd de 1180 door het AOM (Amsterdams Openbaar vervoer Museum) gehuurd.
Na het failliet van het AOM werd de 1180 in november 2004 teruggebracht naar Den Haag en werd opgenomen in de collectie van het HOVM.
In mei 2016 werd de 1180 bestemd voor de diensten van de "Touristtram" en werd daarvoor in de oude kleuren teruggeschilderd.

HTM 1180 in OV geel, © HOVM
HTM 1180 in "oude" kleur voor de Touristtram,juni 2016,© Digitaletram.

Naar boven

1187.
De 1187 werd op  11 november 1958 in Den Haag afgeleverd en werd vervolgens op 13 november 1958 in dienst gesteld.
Na een grondige revisie in de NS werkplaats Tilburg werd de 1187 op 10 oktober 1974 afgeleverd in de bekende OV-geel kleur en "zelfbediening" van de deuren door de passagiers.
Daarna heeft de 1187 zijn diensten gereden op diverse lijnen en  heeft op 30 juni 1993 zijn laatste dienst gedaan.
Daarna is de 1187 in augustus 1994 overgebracht naar het AOM (Amsterdams Openbaar vervoer Museum). Daar reed het speciale diensten op het amsterdamse tramnet.
Na het failliet van het AOM werd de 1187 in november 2004 teruggebracht naar Den Haag en werd opgenomen in de collectie van het HOVM.
De 1187 zal niet meer als rijdend obeject gerestaureed worden maar zal volledig gestript worden om de onderdelenvoorziening voor de resterend PCC rijtuigen te waarborgen.
In december 2014 begon men met de onttakeling.
In april 2016 is het restant van de wagenbak afgevoerd naar de sloper.

HTM 1187, 8 maart 1975, Turfmarkt, © Gerard van Vliet
 

Naar boven

1193.
De 1193 werd op 8 december 1958 in Den Haag afgeleverd en werd vervolgens op 28 december 1958 in dienst gesteld.
Na een grondige revisie in de NS werkplaats Tilburg werd de 1193 op 27 februari 1978 afgeleverd in de bekende OV-geel kleur en "zelfbediening" van de deuren door de passagiers.
Daarna heeft de 1193 zijn diensten gereden op diverse lijnen en  heeft op 30 juni 1993 zijn laatste dienst gedaan.
Daarna is de 1193 in augustus 1994 overgebracht naar het AOM (Amsterdams Openbaar vervoer Museum). Daar reed het speciale diensten op het amsterdamse tramnet.
Na het failliet van het AOM werd de 1193 in november 2004 teruggebracht naar Den Haag en werd opgenomen in de collectie van het HOVM.
In mei 2016 werd de 1193 bestemd voor de diensten van de "Touristtram" en werd daarvoor in de oude kleuren teruggeschilderd.

HTM 1193, © HOVM
HTM 1193 in "oude" kleur voor de Touristtram,juni 2016,© Digitaletram.

Serie 1201 - 1240.

Naar boven

1210.
De 1210 is op 13 maart 1963 afgeleverd in Den Haag en op 1 april 1963 in dienst gesteld.
Deze PCC heeft nooit revisie gehad en reed,  nog geen 20 jaar oud, zijn laatste dienst op 14 augustus 1982.
Op 11 december 1982 werd de 1210 opgenomen in de collectie van het HOVM.

HTM 1210, © HOVM
 

Naar boven

1227.
De 1217 is op 7 mei 1963 afgeleverd in Den Haag en op 25 mei 1963 in dienst gesteld.
Deze PCC heeft nooit revisie gehad en reed,  nog geen 20 jaar oud, zijn laatste dienst op 15 augustus 1982.
Op 29 januari 1983 werd de 1227 overgebracht naar de EMA (Electrische museumtramlijn Amsterdam).
Van 8 november 1988 tot en met 1990 heeft de 1227 nog een tijdje in het Spoorwegmuseum gestaan, waarna de 1227 weer naar Amsterdam vertrok. Het gezeul was nog niet afgelopen want op 22 april 2011 werd de 1227 naar De Tramweg Stichting in Scheveningen getransporteerd om in Amsterdam ruimte te maken voor de restauratie van de HTM 779.
De HTM 779 werd op 25 april 2014 naar Scheveningen gebracht en de 1227 werd toen weer naar Amsterdam gebracht in afwachting van betere tijden.

HTM 1227, in afwachting van restaratie, 20 juni 2011, © Voogd075
 

Serie 1301 - 1340.

Naar boven

1302.
De 1302 is in Den Haag afgeleverd op 10 mei 1971 en op 14 augustus 1971 in dienst genomen.
Op 13 januari 1989 reed de 1302 zijn laatste dienst en werd daarna binnen genomen in de Centrale werkplaats voor ombouw als Partytram P1.
Op 26 mei 1989 kwam de P1 in dienst.
De P1/1302 is opgenomen in de collectie van het HOVM.

HTM 1302 als partytram P1, © HOVM
 

Naar boven

1304.
De 1304 werd op 4 juni 1971 in Den Haag afgeleverd en op 14 austus 1971 in dienst gesteld.
De laatste rit reed de 1304 op 27 augustus 1992 in de ochtendspits op lijn 8.
Het HOVM beschikte al over een 1300, nl de thyristor wagen 1337, maar om in geval van een defect aan de 1337 toch met de 2101 te kunnen rijden, wordt besloten om ook de 1304 aan de museumcollectie toe te voegen.
In de avonduren van 27 augustus 1992 wordt de 1304 overgebracht naar het HOVM en opgenomen in de SHTM collectie.
In een later stadium heeft de 1304 een schilderbeurt gehad en heeft de dakreclame afgestaan aan de 1165.

HTM 1304, © HOVM
 

Naar boven

1308.
De 1308 is op 21 juli 1971 in Den Haag afgeleverd en op 15 augustus 1971 in dienst gesteld.
De laatste ritten reed  de 1308 op 30 juni 1993 rijdt de 1308 voor het laatst op lijn 10.
Op 15 februari 1994 wordt de 1308 zonder motoren naar het AOM (Amsterdams Openbaar vervoer Museum) overgebracht waar een groep
vrijwilligers zich bezig gaat houden met het opknappen van de 1308.
Op 12 november 1996 wordt de 1308 weer naar Den Haag gebracht.
Na herstelling en beproeving vertrekt de 1308 op 14 augustus 1997 weer naar Amsterdam.
Na het failliet van het AOM in juni 2010 koopt de Tramweg Stichting de trams uit de falliete boedel, ook de 1308.
Op 19 maart 2011 komt de 1308 weer even in Den Haag om, samen met de 2104, door mensen van de Tramweg Stichting schoongemaakt en nagekeken te worden.
Op 30 mei 2011 vertrekt de 1308 naar het trammuseum Woluwe te Brussel, voorlopig voor een verblijf van twee jaar), samen met de 2104.
Uiteindelijk is de combinatie 1308 -2104 in juni 2014 voor een symbolische prijs van 1 Euro verkocht aan Bombardier en is de 1308, samen met de 2104, overgebracht naar een loods in Weelde (België).
De bedoeling was om de beide PCC rijtuigen om te zetten op metersporige draaistellen van Gentse PCC's. Na het omsporen van de 1308 en 2104 zou de combinatie 1308-2104 naar de Kustlijn gaan en door TTO Noordzee ingezet worden.
Helaas ging dit plan niet door en is de PCC combinatie 1308 en 2104 aangeboden aan het Hannoversche Strassenbahn Museum.
Na
een gelukte fondsenwerving om de beide wagens naar Hannover te halen zijn de beide wagens eind augustus 2018 overgebracht naar Hannover.

HTM 1308 te Brussel, © Onbekend
 

Naar boven

1311.
De 1311 is op 14 september 1971 in Den Haag afgeleverd en op 3 oktober 1971 in dienst gesteld.
De laatste ritten reed  de 1311 op 30 juni 1993 rijdt de 1308 voor het laatst op lijn 10.
Na enige tijd in de remise gestaan te hebben, in afwachting van het verdere lot, wordt de 1311 in de zomer van 1993 in de werkplaats geschilderd en van binnen opgeknapt.
Tussen de Parijse Vervoersmaatschappij RATP en de HTM vindt een ruil plaats tussen een PCC en een Parijse stadsbus. De Franse oplegger met de stadsbus arriveert in de ochtend van 2 september 1993 en na afladen van de stadsbus wordt de 1311 opgeladen voor de retourrit naar Parijs.
De 1311 staat tegenwoordig in het "Musée des Transports Urbains" te Saint Mandée te Parijs.
De 1311 is, samen met de andere voertuigen uit de museumcollectie, naar een andere locatie in de omgeving van Parijs overgebracht in verband met het moeten verlaten van de oude locatie.

HTM 1311, Musée des transports Saint- Mandée, © Onbekend
 

Naar boven

1316.
De 1316 is op 8 oktober 1971 in Den Haag afgeleverd en op 17 november 1971 in dienst gesteld.
De laatste ritten reed de 1316 op 30 juni 1993 op lijn 10.
De 1316 gaat onderdeel uitmaken van de mottenballenvloot van 10 PCC rijtuigen.
In november 1993 worden echter de motoren verwijderd en op 27 januari 1994 vertrekt de 1316 naar het Autotron in Rosmalen.
De 1316 is in september 2003 afgevoerd naar een sloper.

HTM 1316, lijn 11, eindpunt strand, © Onbekend.
 

Naar boven

1321.
De 1321 is op 9 november 1971 in Den Haag afgeleverd en op 24 november 1971 in dienst gesteld.
De laatste ritten reed  de 1321 op 13 mei 1993, gekoppeld met de 2113 op lijn 6.
De 1321 wordt opgenomen in de mottenballenvloot van 10 PCC rijtuigen en wordt in de remise Zichtenburg als rangeerwagen voor draaistellen gebruikt.
Op 2 april 1996 wordt de 1321 samen met de 1180 overgebracht naar hetAOM (Amsterdams Openbaar vervoer Museum).
Na het failliesement van het AOM in juni 2004 keert de 1321 terug in Den Haag.
In 2014 besloot men om de 1321 weer rijvaardig te maken.

HTM 1321, © HOVM
 

Naar boven

1329.
De 1329 is op 17 december 1971 in Den Haag afgeleverd en op 19 januari 1972 in dienst gesteld.
De laatste ritten reed  de 1329 op 30 juni 1993 op lijn 10.
De 1329 behoort tot een mottenballenvloot van 10 stuks, samen met de PCC's : 1180, 1317, 1321, 1323, 1325, 1326, 1327, 1328, 1329 en 1333. Deze tien PCC's moesten beschikbaar blijven voor ombouw tot werkwagen of eventuele calamiteiteninzet in de passagiersdienst.
In de werkplaats is de 1329 eind 2000 opgeknapt en weer rijvaardig gemaakt voor een rijdend trammuseum in Washington DC (Amerika). Op 7 mei 2001 is de 1329 per oplegger naar Amsterdam gebracht en op 9 mei 2001 met het schip "Hual Trubadour" naar Baltimore (USA) vertrokken.
De "Hual Trubadour" arriveerde op 1 juni 2001 in Amerika waarna de 1329 uitgeladen kon worden en vervolgens naar het museum in Washington kon worden vervoerd.
De 1329 is daar geregeld in de rijdende dienst van het museum aan te treffen.

HTM 1329 in Washington, © Onbekend
 

Naar boven

1337.
De 1337 is in Den Haag afgeleverd op 22 augustus 1973 en op 10 januari 1974 in dienst genomen.
De 1337 behoorde tot de subserie 1336 - 1340 met een thyristor gestuurde tractie-installatie.
Op die bewuste 10 januari 1974 heeft de 1337 één rit gereden en raakte daarna defect. Het herstel duurde tot 17 januari 1975.
Op 18 januari 1989 reed de 1337 zijn laatste dienst en werd daarna uitgekozen om bewaard te worden vanwege de thyristor-installatie.
De 1337 is op 11 maart 1989 toegevoegd aan de collectie van het HOVM.
Sinds 1999 is de 1337 weer rijvaardig.

HTM 1337 op het tgerrein van het HOVM, © HOVM
 

Serie 2101 - 2130.

Naar boven

2101.
De 2101 is op 12 februari 1974 in Den Haag afgeleverd en op 18 maart 1974 in dienst gesteld.
De laatste ritten reed  de 2101 op 29 februari 1992 achter de 1301.
Op 5 maart 1992 is de 2101 door de 1165 overgebracht naar het HOVM en opgenomen in de collectie van het HOVM.

HTM 2101 op het terrein van het HOVM, © HOVM
 

Naar boven

2104.
De 2104 is op 14 maart 1974 in Den Haag afgeleverd en op 25 maart 1974 in dienst gesteld.
De laatste ritten reed  de 2104 op 4 mei 1993 achter de 1318.
Op 16 februari 1994 wordt de 2104 zonder motoren naar het AOM (Amsterdams Openbaar vervoer Museum) overgebracht waar een groep vrijwilligers zich bezig gaat houden met het opknappen van de 2104.
Op 12 november 1996 wordt de 2104 weer naar Den Haag gebracht.
Na herstelling en beproeving vertrekt de 2104 op 15 augustus 1997 weer naar Amsterdam.
Na het failliet van het AOM in juni 2010 koopt de Tramweg Stichting de trams uit de falliete boedel, ook de 2104.
Op 19 maart 2011 komt de 2104 weer even in Den Haag om, samen met de 1308,  door mensen van de Tramweg Stichting schoongemaakt en nagekeken te worden.
Op 31 mei 2011 vertrekt de 2104 naar het trammuseum Woluwe te Brussel, voorlopig voor een verblijf van twee jaar), samen met de 1308.
Uiteindelijk is de combinatie 1308 -2104 in juni 2014 voor een symbolische prijs van 1 Euro verkocht aan Bombardier en is de 2104, samen met de 1308, overgebracht naar een loods in Weelde (België).
De bedoeling was om de beide
PCC rijtuigen om te zetten op metersporige draaistellen van Gentse PCC's. Na het omsporen van de 1308 en 2104 zou de combinatie 1308-2104 naar de Kustlijn gaan en door TTO Noordzee ingezet worden.
Helaas ging dit plan niet door en is de PCC combinatie 1308 en 2104 aangeboden aan het Hannoversche Strassenbahn Museum.
Na een gelukte fondsenwerving om de beide wagens naar Hannover te halen zijn de beide wagens eind augustus 2018 overgebracht naar Hannover.

HTM 2104 te Brussel, © Onbekend
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu